Henrich Bader-orgel Walburgiskerk Zutphen

Hans Henrich Bader, afkomstig uit Duitsland, kreeg in 1639  de opdracht om het oude orgel van Hans Graurock uit 1534 uit te breiden met een rugwerk. De klanken die hij presenteerde overtuigden het kerkbestuur van zijn vakmanschap. Ze breidden de opdracht uit naar een volledige vervanging van het oude orgel. Bader bouwde een orgel met een Hoofdwerk, Rugwerk en een zelfstandig pedaal, dat nog steeds de basis is van het orgel zoals we het nu kennen. Gedurende 170 jaar bleef het orgel ongewijzigd. Pas begin negentiende eeuw ontstond  het verlangen naar een krachtiger instrument.

Johannes Wilhelmus Timpe, leerling van Freytag kreeg in 1813 de opdracht om het orgel te verbouwen. Hij voorzag de oude hoofdkas van een nieuwe onderbouw en in de voormalige onderkas plaatste hij de windladen van het hoofdwerk. Verder voegde hij een kast toe met het Bovenwerk, dat met het derde klavier kon worden bespeeld. De klaviatuur, het mechaniek en de windladen werden nieuw gemaakt, evenals de balgenkamer en de windkanalen. Het orgel kreeg ook een andere plaats, van het Maria-portaal verhuisde het naar het koor van de kerk.

Een ingrijpende wijziging van de dispositie en een flinke uitbreiding daarvan hoorde ook bij zijn opdracht, evenals een verlaging van de toonhoogte. Het nieuwe bovenwerk kreeg naar de stijl van die tijd imitatieve registers als het carillon, de dwarsfluit en een eigentijdse Vox Humana. Timpe behield vrijwel al het pijpwerk van Bader en de nieuwe registers werden gemensureerd in de stijl van Bader. Ondanks de aanpassing werd het orgel niet romantisch, registers in die stijl bleven achterwege.

N.A. Lohman voegde in 1824 een spaanbalg toe en hij vernieuwde de Viola di Gamba 8' van het bovenwerk. In 1906 wordt het orgel door G. Spit overgeplaatst naar de torenwand van de kerk. Bij die gelegenheid worden ook alle tongwerken vervangen door fabriekswerk van inferieure kwaliteit.

            Hoofdwerk
 1. Quintadeen                  16’
 2. Prestant                       8’
 3. Holpijp                          8’
 4. Octaaf                         4’
 5. Gemshoorn                    4’
 6. Quintfluit                      3'
 7. Octaaf                         2'
 8. Mixtuur                   4-6 st
 9. Fagot                         16'
10.Trompet     bass/discant  8'

           Tremulant
     Bovenwerk
 1. Prestant                     8'
 2. Baarpijp                      8'
 3. Roerfluit                      8'  
 4. Fluit-Travers   discant   8’
 5. Octaaf                       4’
 6. Fluit d'Amour               4'
 7. Woudfluit                    2'
 8. Flageolet                    1'
 9. Carillon         discant  3st 
10. Vox Humana               8'
       Tremulant
     Pedaal
 1. Prestant                   16'
 2. Subbas                    16'
 3. Octaaf                      8'
 4. Gedekt                      8'
 5. Octaaf                      4'
 6. Bazuin                     16'
 7. Trompet                    8'
 8. Trompet                    4'
        Rugwerk
 1. Quintadeen                   8’
 2. Holpijp                         8'
 3. Prestant                      4'
 4. Fluit                            4'
 5. Quint                          3‘
 6. Octaaf                        2‘
 7. Quintfluit                1 1/2'
 8. Terts                     1 3/5‘
 9. Mixtuur                 4-5 st
10. Kromhoorn
                  8‘
   Deutsch
   English
Restauratie

Door de wijzigingen die verschillende orgelbouwers hadden aangebracht, week het orgel steeds meer af van het oorspronkelijk Bader-concept. Aan het begin van de 20e eeuw ontstond de ‘Orgelbewegung’, waarvan o.a. Albert Schweitzer een exponent was. Het besef groeide dat het echte vakmanschap van de orgelbouw verloren was gegaan en men ging zich heroriënteren op de klassieke orgelbouw uit de baroktijd. In 1976 kreeg Sebastian Blank opdracht om verbeteringen aan de dispositie van het hoofdwerk aan te brengen.

Met een toenemend inzicht over de barokklank uit de tijd van Bach waren de orgelbouwers steeds beter in staat de oude orgels hun oorspronkelijke klankrijkdom terug te geven. Een grondige restauratie van het Bader-orgel werd door Orgelmakerij Reil in Heerde in de periode 1993 - 1996 uitgevoerd. Daarbij werden Hoofdwerk, Rugpositief en Pedaal zoveel mogelijk teruggebracht in de toestand van 1643, maar bleef het Bovenwerk van Timpe gehandhaafd. De tongwerken zijn bij deze restauratie opnieuw vervangen, maar nu door kopieën van de originele Bader-tongwerken. De keuze daarvoor kwam voort uit het uitgangspunt voor de restauratie: een reconstructie die niet verder terugging dan de toestand van 1813. De toevoegingen van Timpe bleven behouden, maar de intonatie werd gericht op het vocale zeventiende-eeuwse karakter van de Bader-klanken. Een ongelijkzwevende stemming werd aangebracht (1/6 komma) en de kas werd minder diep gemaakt om de klankuitstraling te bevorderen. Verder kreeg het zwaar spelende orgel een geheel nieuwe tractuur.

Bader maakte alle pijpen van lood

Opmerkelijk is dat bij deze restauratie werd vastgesteld, dat alle pijpen door Bader van lood waren gemaakt, dus geen legering met tin. Voor de restauratie moest naar oud lood worden gezocht, omdat het huidige lood veel te puur is. Oud lood bevat chemische verontreinigingen die de klank gunstig beïnvloeden en daarom werd lood uit meer dan 100 jaar oude waterleidingen verzameld. De prachtige vocale klanken van het Bader-orgel worden verkregen met pijpen van de oude loodsamenstelling. Lood is een zwaar maar zacht materiaal en om te voorkomen dat de grote baspijpen onder hun eigen gewicht zouden inzakken, zijn deze pijpen half staand / half hangend  geplaatst. Vooraf zijn de loodplaten gehamerd om ze de nodige vastheid te geven. In die tijd bezocht ik de orgelmakerij in Heerde elke week een keer en heb ik gezien en gehoord hoe het orgel tot stand kwam.
Tijdens het restaureren ontdekte Reil dat elf prestantpijpen van Bader door Timpe als stomme frontpijpen waren gebruikt zonder dat er iets aan de pijpen was veranderd. Hierdoor konden de restaurateurs veel te weten komen over de oorspronkelijke intonatie en stemming van Bader. Deze pijpen zijn nu weer tot klinken gebracht.

De klankschoonheid van de Prestanten is in alle liggingen opvallend, met een milde aanspraak en het vocale karakter van een mannenkoor met heldere tenorstemmen. Het prestantenplenum van het hoofdwerk klinkt voornaam, ingetogen en breed. Het rugwerk daarentegen is veel directer van toon, het heeft een gearticuleerde aanspraak en een pregnante klank. Heel karakteristiek zijn de Fluiten en de Quintadenen. De prachtige klanken van de nieuwe Tongwerken, gemaakt in de historische factuur van Bader, is karakteristiek voor het klankidioom van waaruit Bader zijn orgel heeft gebouwd. Wie altijd al eens met een drone door een kathedraal heeft willen vliegen, kan het hier meemaken en tevens de stralende klanken van het orgel horen.

Het Henrich Bader-orgel is een van de grootste orgels in Nederland uit de periode van de late Renaissance - vroeg Barok. Ook de later gemaakte pijpen van Timpe zijn zo goed mogelijk in hetzelfde klankidioom geïntoneerd.

Reil - koororgel in de Bovenkerk van Kampen

Henk Stoel, een inwoner van de stad Kampen, was zo onder de indruk van de sonore maar ook opvallend heldere klank van de loden pijpen, dat hij bij de Orgelmakerij Reil in 1999 een  koororgel met deze pijpen bestelde en schonk aan de Bovenkerk in Kampen. Het instrument heeft 29 registers: 12 op het Hoofdwerk, 10 op het Bovenwerk en 6 op het Pedaal. Het 29ste register is een tongwerk, een Klaroen  2sterk  die boven op het dak van het Bovenwerk is geplaatst. De Klaroen wordt bespeeld via een derde klavier (vanaf c1) de ‘Récit’.

Een voor iedere organist begrijpelijke methode om de Samples aan te passen staat in het boek met tekst en foto´s beschreven. Gratis aan te vragen met vermelding van het volledige postadres.                                                        John Boersma

Sample Set  Bader Orgel  Zutphen

Jiri Zurek heb ik gevraagd of het mogelijk was de klanken zo droog mogelijk op te nemen, zodat het typerende karakter niet door de enorme galm van de kerk wordt vervaagd. Door de plaatsing van de microfoons op korte afstand is dat gelukt en zijn de details van deze heldere klanken perfect in de (semi) Dry set opgeslagen. Ze geven de bijzondere eigenschappen van deze loden pijpen goed weer, zodat alle verschijnselen van het aanspreken en het opbouwen van de toon net zo zijn te horen, als de organist die aan de speeltafel in de kerk hoort. Omdat de samples bedoeld zijn om de klanken op een lager volume in de huiskamer te gebruiken, moeten ze worden aangepast om de articulatie en de toonopbouw adequaat te laten klinken.

Het maken van pijpen leerde ik bij de Orgelmakerij Reil in de periode dat het Bader-orgel daar werd gerestaureerd. Voor mijn eigen huisorgel heb ik toen ook een register met loden pijpen gemaakt. Omdat ik over een absoluut gehoor beschik kon ik de samples zo intoneren, dat ze bij mij thuis klinken als in de kerk. Mijn intonaties heb ik gefotografeerd en in een boek afgedrukt. Elke organist kan daarmee, ook als hij niet over een absoluut gehoor beschikt, de klanken op het eigen orgel instellen. In het boek heb ik beschreven hoe de optimale intonatie bij elk Hauptwerkorgel in elke omgeving kan worden gevonden.

Bij voorkeur gebruik ik Dry samples en voeg ik een precies gedoseerde galm toe uit de Lexicon MX 300. Hier is de galm van kerken in velerlei groottes opgeslagen. De galm die in de samples is opgeslagen laat de galm van een lege kerk horen. Dat is niet reeël, want een lege kerk geeft de galm te sterk weer. Omdat de galm in de kerk op grotere afstand van de pijpen wordt opgenomen, klinkt het alsof de pijpen ver weg zijn. Bij de speeltafel in de kerk hoort de organist de pijpen op korte afstand en daarna hoort hij reflecties in de akoestiek. Met de Lexicon klinkt dat net zo.

Jiri Zurek van Sonus Paradisi heeft een fantastische prestatie geleverd door de heldere klanken van dit Bader-orgel gelijk aan het origineel in de samples vast te leggen.

start
hauptwerk
haupthuis
mini
tafelpositief
praktijkboek
sample sets
intonatie
schnitger
bader
holzhey
trostorgel
kiedrich
marcussen
contact
luidsprekers
orgels in mijn huis
nagalm
metalen pijp maken
boeken over orgebouw
betellen van boeken
kroniek
prestant
holpijp
tongwerk
constructies
GdO Arbeitskreis Hausorgel
linked sites