muis toont de wervels
Pijpklanken uit Samples

Huispijporgels

Het is vele jaren mijn vak geweest om pijporgels voor de huiskamer te ontwerpen. Omdat de pijpen van een kerkorgel niet bruikbaar zijn, ontwierp ik de pijpen specifiek voor de huiskamer. De diametermensuur blijft gelijk, maar met een lagere winddruk en een opsnede die aan de lage winddruk is aangepast klinkt het geluid minder krachtig, terwijl toch hetzelfde klankspectrum hoorbaar is. Elke pijp (toonbron) moet stuk voor stuk in de huiskamer worden geïntoneerd.

Samples bevatten de klanken van kerkorgelpijpen, die in een huiskamer op een lager volume een geheel andere klankindruk maken. Het komt overeen met de kerkorgelpijpen die in een huiskamer niet bruikbaar zijn. Ook hier is een aanpassing nodig om hetzelfde klankspectrum te horen. Hauptwerk biedt alle mogelijkheden om deze aanpassing mogelijk te maken.

Hi-Fi audio laat Hauptwerk niet beter klinken

De klanken worden weergegeven met luidsprekers, maar hier heeft de luidspreker een functie die niet te vergelijken is met het weergeven van een CD. De specificaties die de kwaliteit van een luidspreker uitdrukken zijn gebaseerd op het gelijkmatig en zonder kleuring weergeven van een breed audiogebied. Bij een concert spelen alle instrumenten hun partij en alles worden gelijktijdig op een CD opgenomen. De klankregisseur zorgt dat alles in de juiste verhoudingen wordt vastgelegd. Audio-apparatuur van hoge kwaliteit geven de klanken in dezelfde verhoudingen weer.

Bij de weergave van samples zijn de omstandigheden niet vergelijkbaar met de weergave van een CD. Een sample bevat de klank van één pijp. Alle samples worden apart opgenomen en de sample bewerker beoordeelt deze losse opnames om ze naar zijn maatstaf vast te leggen. Er is geen objectieve norm om deze klanken zo te bewerken, dat ze bij de weergave in elke huiskamer gelijkmatig klinken.

Het heeft geen zin om audioapparatuur te kiezen, die aan CD specificaties voldoet. Hauptwerk biedt de mogelijkheid om de samples per stuk aan te passen. Hierbij is elke afwijking per toon, zelfs per boventoon, apart te optimaliseren. Of een afwijking in de sample zit of in de luidspreker of de invloed van de omgeving maakt niet uit. Omdat de samples onderling al niet lineair zijn, moeten ze worden aangepast, zelfs als de duurste hi-fi versterkers en luidsprekers worden gebruikt. Het resultaat is een optimale reproductie van de klanken in de kerk.

Bij verschillende organisten heb ik onder uiteenlopende omstandigheden de samples aangepast. Goede actieve luidsprekers (lage tonen plus hoge tonen speaker, inclusief versterker) plus een goede subwoofer zijn vereist voor een optimale weergave van de sample set. Door de samples per stuk aan te passen werd overal een optimale klank verkregen. De kwaliteit van de luidspreker speelde hier slechts een beperkte rol.

De grootte van de ruimte waar het orgel stond bleek wel een belangrijke factor te zijn. Het is onmogelijk om de sample set van een orgel uit een kathedraal in een kleine kamer te bespelen en dan klanken te horen, die de illusie geven van een grote kerk. In een grote ruimte wordt deze weergave gemakkelijk bereikt, zelfs met audio apparatuur die niet tot de topklasse behoort. 

                     
foto hiernaast: de pijpen van mijn huisorgel

NormMensuur

Zolang er orgels bestaan hebben de orgelmakers gezocht naar de mooiste klank. Dat hing af van hun vaardigheid om pijpen tot een harmonische samenklank te brengen, waarbij een zekere gelijkmatigheid van pijp tot pijp werd nagestreefd. De lengte van een pijp bepaalt de toonhoogte, maar de klank hangt af van de diameter. Het verloop van de diameters staat genoteerd in de mensuurlijst en is bepalend voor de klank van een orgel.

Begin vorige eeuw vonden de orgelbouwers dat er een normering in de mensuren moest zijn. De Duitse Orgelrat kwam tot de vaststelling dat de pijp op C groot een diameter moest hebben van 155,5 mm en noemde deze pijp de Normprestant en gebruikte deze als basis voor de NormMensuur. Uitgaande van de mensuurverhouding van 1:1,682 berekenden zij een gelijkmatig klinkende prestantmensuur, waarbij alle pijpen op het gehoor dezelfde luidsterkte hebben.

Kleuring verleent de orgelklank zijn schoonheid

Op deze manier konden de orgelbouwers pijpen maken die op alle toonhoogtes een gelijkmatige klankindruk maakte. Noch de baspijpen, noch de discantpijpen overstemden elkaar, een goed evenwicht was bereikt. Hoewel met de normmensuur nu een gelijkmatige geluidssterkte mogelijk was, werd deze toch nauwelijks toegepast.

Volkomen gelijkmatig is ook equivalent aan saai en muzikaal niet spannend. Een organist hoort liever een klank met een verloop naar een donker timbre of een verloop naar grotere helderheid. In ieder geval moet er een kleuring in de klank te horen zijn. Een kleuring die een orgelbouwer met een goed gevoel voor klanken naar eigen smaak kan aanbrengen. Hij zal dan binnen bepaalde grenzen afwijken van de normmensuur.

Een sample vormt een eenheid met de luidspreker

Voor Hauptwerk heeft het weinig zin om versterkers en luidsprekers te gebruiken, die een rechte weergave bieden van een audiogebied tot 20.000 Hz. De klanken zijn in de kerk per pijp opgenomen en worden andere omstandigheden in een huiselijke omgeving gereproduceerd. Het lagere niveau, de eigenschappen van de luidsprekers en de invloed van de omgeving zijn oorzaken van een ongelijkmatig weergeven van de klanken.

Per stuk moeten de samples worden gecorrigeerd om de onderlinge afwijkingen te compenseren. Wanneer een gelijkmatige weergave van alle klanken is verkregen, vormen de luidsprekers een eenheid met de samples. Verschillende eigenschappen van de luidsprekers bepalen de prijs ervan, waarbij een egaal weergeven van alle toonhoogtes die prijs flink verhoogd. In een Hauptwerkorgel zal dat geen betere klanken opleveren dan met luidsprekers uit een lagere prijsklasse. Het gelijkmatig weergeven is hier niet afhankelijk van de luidsprekers, maar wordt verkregen door een goede aanpassing van de samples.

Luidsprekers vervangen betekent opnieuw aanpassen van alle samples

Een methode om deze aanpassing te kunnen maken, staat beschreven in het Hauptwerk Praktijkboek. Het beschrijft alles wat een organist moet doen om de klanken identiek te maken aan de klanken in de kerk. Van diverse goede Sample sets zijn de gecorrigeerde instellingen gefotografeerd. Ook deze boeken zijn gratis aan te vragen, mits men bereid is mij van de ervaringen op de hoogte te brengen. Zie onder aan deze pagina.

Gratis aan te vragen met vermelding van het volledige postadres:              John Boersma

De boekjes tonen de standen van de intonatieschuiven van de samples. De klanken zijn na het intoneren vergeleken met de oorspronkelijke orgels.

Gratis aan te vragen met vermelding van het volledige postadres:                 
                        
                                                     John Boersma

Intoneren van orgelpijpen

Bij het intoneren van een orgelpijp wordt de klank aangebracht die de orgelbouwer bij het ontwerpen in gedachten had. Gewoonlijk is de ontwerper ook de intonateur, vaak ook de maker van de orgelpijp.
De windstroom wordt bepaald door de voetopening en de kernspleet, ze beïnvloeden elkaar en hier zoekt de intonateur naar een evenwicht. Dan wordt de windstroom gericht op het bovenlabium, waardoor in het pijpcorpus een onderdruk ontstaat die de windstroom naar binnen trekt. Het gevolg is een overdruk binnen het corpus, die de windstroom weer naar buiten duwt, waarna de cyclus zich gaat herhalen en de wind gaat wervelen rond het bovenlabium.

Op deze wijze wordt de toon opgewekt, die de luchtkolom in de pijp in resonantie brengt en de pijptoon hoorbaar maakt. Met de ligging van de kern wordt de hoek bepaald waarmee de windstroom het bovenlabium bereikt. Dat verschilt bij een pijp van Schnitger in grote mate van een pijp van Silbermann. Al deze factoren zijn van grote invloed op de klank en een intonateur moet ze allemaal beheersen om de klank te maken die hij bij het ontwerpen nastreefde.

Wanneer de pijp de goede toon laat klinken, moet de pijp daarnaast op dezelfde manier worden behandeld om dezelfde toon op te wekken, zij het dan met een verschil in toonhoogte. De klank van een register verandert afhankelijk van de bas-,  tenor-,  alt-  of sopraanligging, dus per pijp moet er al een gering verschil in klank worden aangebracht om het egaal te verdelen.

Voor het intoneren van pijpen is niet alleen kennis nodig, maar ook een grote vaardigheid. Er gaan jaren overheen voordat iemand voldoende ervaring heeft om te kunnen intoneren.

Samples intoneren

Het aanpassen van samples heet ook intoneren, maar dat heeft geen overeenkomt met het intoneren van een pijp. De intonatie van samples is een simpele zaak, het is schriftelijk uit te leggen en snel te leren. Mijn boek over intoneren is wereldwijd naar 600 mensen gestuurd. Op mijn verzoek om me van hun ervaringen op de hoogte te brengen hebben veel mensen gereageerd. Het aanpassen van de samples werd goed begrepen, soms gaf ik een toelichting. In de nieuwe editie zijn alle reacties als uitbreiding van de bestaande hoofdstukken en hoofdstukken met nieuwe onderwerpen verwerkt.

een klik met de muis op een boek voert naar de pagina over de sample set
Een voor iedere organist begrijpelijke methode om de Samples aan te passen staat in het Hauptwerk Praktijkboek met tekst en veel foto's beschreven.

Iedereen die het Hauptwerk Praktijkboek aanvraagt krijgt het gratis van me, maar ik vraag wel om mij over de verkregen resultaten in te lichten. Die verwerk ik weer in nieuwe versies van dit boek, zodat het boek altijd up-to-date blijft en beter inspeelt op de kennis van de gebruikers.

Gratis aan te vragen met vermelding van het e-mail adres
en het
volledige postadres.                                                    John Boersma
Samples intonieren
      auf Deutsch
Transparante klanken   -   basis van het intoneren

Bij het intoneren van pijpen is de belangrijkste regel dat de klank transparant blijft. De kunst van het intoneren is een uitgewogen verdeling van kracht (amplitude) en helderheid (brightness) te geven. Bij de bastonen in het groot octaaf en de laagste tonen van het klein octaaf moet de kracht terughoudend worden geïntoneerd.

32 voets registers - niet mogelijk in een huiskamer

Alleen in extreem grote kerken komen 32 voets registers voor; een immense ruimte is noodzakelijk. Toch worden er sample sets met 32 voets registers aangeboden, die bedoeld zijn voor gebruik in een huis- of een studeerkamer, zelfs van kerkorgels waar deze 32 voet niet eens tot de dispositie behoorde, zoals het Steendam-orgel in Apeldoorn in de sample set van Sygsoft. Een slechte Sample Set die geen aanbeveling verdient.
Menig organist schijnt de wens te hebben om over een 32 voets register te kunnen beschikken. In een kerkorgel is het een kostbaar register, in een huisorgel is het een onmogelijk register. Het is natuurkundig niet mogelijk deze extreem lage tonen in een kamer weer te geven.

De golflengte van 16 Hz is echter 330 (m/sec) gedeeld door 16 Hz is 20 meter. Als deze afstand niet beschikbaar is, kan de toon zich niet ontwikkelen. Het menselijk gehoor heeft de eigenschap, dat als in een klank de grondtoon niet kan worden weergegeven, deze de tweede of derde boventoon ervan waarneemt. De organist meent de 32 voets toon te horen maar het is niet meer dan een rafelige klank. Wie in een grote kathedraal ooit een 32 voets register heeft gebruikt, merkt het verschil onmiddellijk: deze toon is niet luid maar meer voelbaar aanwezig, een fluwelige bastoon liggend onder de 16 en 8 voets basregisters.

 Voicing  Samples
        in English
Samples laten klinken als pijpklanken

De typerende eigenschappen die het karakter van de pijp laten horen, worden altijd te zwak in de samples vastgelegd. Dat gemis is te corrigeren met de Transient. Vanzelfsprekend moeten de luidsprekers een perfecte kwaliteit hebben, maar zelfs de beste luidsprekers zijn niet in staat de pijpklank goed weer te geven zonder een correctie van de Transient. In het Hauptwerkorgel kan elke sample (toonbron) stuk voor stuk zijn eigen correctie krijgen. Een groot aantal bezitters van een Hauptwerkorgel heb ik geholpen met de intonatie van hun samples. Daarvan heb ik ervaren dat een goede correctie altijd nodig is, ongeacht de kwaliteit van de luidsprekers.

De hoogste toon die een orgel laat horen ligt rond 8000 Hz. De grondtoon van f3 van het Octaaf 2’ heeft een toonhoogte van 5588 Hz, een boventoon is niet aanwezig of uiterst zwak. Deze kleine pijpjes produceren in feite slechts sinustonen; om die goed te laten klinken is het al noodzakelijk om over een grote vaardigheid in het intoneren van pijpen te beschikken. Een éénvoets register klinkt in deze ligging niet hoger, omdat hier altijd naar een octaaf lager wordt gerepeteerd. Zowel toonhoogte als de constructie van de kleine pijpjes stellen hier grenzen. De klanken van mixturen en cymbels vereisen een grote akoestische ruimte om te kunnen klinken. Een Hauptwerkorgel biedt deze ruimte die niet werkelijk in een huiskamer aanwezig is.

Audioweergave boven de 10.000 Hz is dus zinloos; deze tonen komen in een orgel niet voor. Ook niet bij tongwerken, waar de klank net als bij een Prestant in hoofdzaak wordt bepaald door de formant. Formanten zorgen voor de resonantie van de kenmerkende tonen; ze versterken deze en verzwakken de tonen die buiten de formant vallen.

Omdat zeer hoge tonen niet in een orgel voorkomen, zijn orgelbouwers tot op hoge leeftijd nog steeds in staat hun ambacht goed te beoefenen.

Een recente ontdekking geeft een fundamenteel nieuwe visie op intoneren

Met de methode die in de nieuwe editie wordt beschreven zijn de samples zo te bewerken
dat er geen verschil is te horen tussen klanken uit orgelpijpen of klanken uit luidsprekers

Hauptwerk User Guide

Het programma Hauptwerk wordt geleverd met het Engelse boek de User Guide. De Engelse taal is niet de reden dat het boek een onbegrijpelijke gids is. Als het in goed Nederlands wordt vertaald, blijkt de User Guide geen leerboek te zijn, maar slechts een technisch jargon van de makers.

Het bestuderen van de User Guide leverde mij niet de informatie die ik nodig had om Hauptwerk te leren kennen; het is geen studieboek. Omdat er verder nergens publicaties over Hauptwerk zijn te vinden, bleef er slechts één weg over: elke handeling uit het boek daadwerkelijk in de praktijk uitproberen. Alle werkwijzen heb ik gevonden en kan die in begrijpelijke teksten en afbeeldingen uitleggen. Stap voor stap heb ik me Hauptwerk in de praktijk eigen gemaakt. Dat heb ik beschreven in het Hauptwerkboek dat een echt Praktijkboek is geworden.

Op basis van nieuwe inzichten is het Praktijkboek nu volledig opnieuw geschreven

start
hauptwerk
haupthuis
min-orgel
tafelpositief
praktijkboek
set orgels
intonatie
schnitger
bader
holzhey
kiedrich
marcussen
contact
luidsprekers
orgels in mijn huis
nagalm
metalen pijp maken
boeken over orgebouw
betellen van boeken
kroniek
prestant
holpijp
tongwerk
constructies
GdO Arbeitskreis Hausorgel
linked sites