Om pijpen van hout te maken is een cirkelzaag nodig, gevolgd door een schaafmachine, een boormachine, vaak ook nog een frees en een bandschuurmachine. Het maken van metalen pijpen gebeurt echter in een weldadige rust. De pijpenmaker zit aan een tafel en snijdt het metaal op maat. De pijp krijgt zijn vorm door de plaat rond een cilinder te buigen, waarna de naad door solderen wordt gesloten. Een soldeernaad heeft geen droogtijd nodig, ook dat is een voordeel tegenover een lijmnaad.

Het gereedschap is slechts een soldeerbout, een kleine schaaf voor de kernfase, een schraapmes om de V-vormige naad aan te brengen, een scherp mes om de opsnede te maken en een polijststaal om het labium te vormen. Na het schoonwassen zijn de pijpen klaar voor de intonatie, wat bij metalen pijpen uiterst fijnzinnig kan gebeuren. Metalen pijpen kunnen ook tot zachte en verstilde klanken laten horen. De luidsterkte hangt slechts af van de winddruk en waar houten pijpen zich bij een lage winddruk moeilijk tot een optimum laten intoneren, blijkt de buigzaamheid van het metaal hier in het voordeel te zijn. Mijn tafelpositief met metalen pijpen heeft aan 25 mm WK voldoende voor een rustige en toch dragende orgelklank.

Beschouw het maken van metalen pijpen niet als een sprong in het ongewisse. De houtbewerker dient zich een nieuwe techniek eigen te maken en zal tot zijn verwondering merken hoe snel dit is te leren. Het staat uitvoerig tot in de kleinste details beschreven in Bouw van een Orgelpositief en een praktische hulp wordt geboden in de instructiefilm op DVD. Dan zal blijken dat het maken van metalen pijpen gemakkelijker is dan houten pijpen, bovendien gaat het sneller. Het boek en de film zijn te bestellen bij Boeijenga (zie bestellen van orgelboeken) of stuur een e-mail naar John Boersma. Het belangrijkste is dat metalen pijpen heel genuanceerd zijn te intoneren tot een verfijnde klank, die met pijpen van hout onmogelijk is te bereiken. Het is eenvoudig uit te proberen met het maken van een pijp van lood van de loodgieter. De temperatuur waarbij lood gaat smelten is 330 graden Celsius; soldeertin smelt bij 190 graden ver onder de temparatuur van lood. Door dit verschil is het solderen een werkje dat zonder risico door iedereen is te doen. De beloning is de sonore klank van deze pijp.                                                                                   
   
          1. Pijp van lood maken            2. Metalen pijp maken in foto's
Klanken uit Lood en TinKlanken van een Orgel
                                                                                                   
Orgelpijpen zijn gemaakt van orgelmetaal, een legering van lood en tin. Een hoog percentage lood geeft de orgelklank de nodige graviteit (draagkracht). Het Henric Bader-orgel van Zutphen heeft zelfs pijpen die geheel van lood zijn gemaakt. Experimenten die ik met de Zwitserse orgelbouwer Christian Gfeller ondernam bewezen, dat de klank niet alleen door het materiaal, lood en tin wordt bepaald, maar ook door de dikte van de pijpwand. Met tin zijn dunnere pijpwanden te maken. De klanken uit de loden pijpen van Bader hebben naast graviteit ook een prachtige klankkleur.

De klankkleur van een Prestant is kenmerkend voor de orgelklank en hoewel Prestanten op elk orgel verschillen blijven ze toch altijd als Prestantklank herkenbaar. De muzikaliteit van de orgelregisters uit zich in het resoneren van de kenmerkende boventonen. Door het orgelmetaal naar boven toe dunner te schaven wordt deze resonantie bevorderd. Naast deze zingende registers heeft een orgel ook registers met fluitklanken, een klank met weinig boventonen. Wanneer dat donkere ronde klanken zijn, zoals de Holpijp en de Subbas, kunnen deze pijpen ook van hout worden gemaakt.

Amateurorgelbouwers

Amateurorgelbouwers maken alle pijpen van hout. Hout is het enige materiaal waarmee zij hebben leren werken bij het maken van de kast, de windlade, de windvoorziening en de klavieren. Een vakorgelbouwer weet dat een mooie klank slechts met pijpen van metaal kan worden bereikt en zal slechts hout gebruiken voor een Holpijp of een Subbas.

Gebrek aan durf kenmerkt de amateur; ze doen geen stap op een onbekend pad. Ondanks de prachtige klanken van metalen pijpen blijven zij alle pijpen van hout maken. Het aanleren van een nieuwe techniek wordt als te moeilijk aan de kant geschoven.

Bij uitzondering heb ik een enkeling kunnen overtuigen dat het de moeite waard is zich de bouwwijze van metalen pijpen eigen te maken. En zonder uitzondering kwamen ze tot de onverwachte ontdekking: metalen pijpen maken is gemakkelijker dan houten pijpen.

Bovendien en dat is veel belangrijker zijn metalen pijpen heel genuanceerd te intoneren tot glanzende klanken. Dat is toch het doel van een orgelmaker, klanken maken die muzikaal iets hebben te zeggen.

De meest kenmerkende klank van een orgel is de Prestant. Het is de fundamentele klank van het orgel en de klank laat een duidelijke formant horen. Een formant is een groep boventonen die onafhankelijk van de grondtoon bij elke toon is te horen. De klank is uitsluitend met metalen pijpen te bereiken. Metalen pijpen geven op natuurlijke wijze een mooie prestantklank. Het geldt ook voor de fijnzinnige klank van de Viola di Gamba.

Het intoneren van Orgelpijpen

Zorg ervoor dat de kernspleet er perfect uitziet met een gelijkmatige breedte. De randen moeten schoon zijn en geen resten laten zien van verf of metaaldeeltjes. Pas dan kan de exacte plaats van de kern ten opzichte van het onderlabium en het bovenlabium worden bepaald. De windstroom uit de kernspleet is het windblad en dat moet het bovenlabium op de juiste manier bereiken.

Begin met de pijp zacht aan te blazen en laat de druk langzaam toenemen. Luister hoe de klank verandert. Het aanspreken van de pijp kan te snel of te traag zijn.
Als de windstroom te veel naar binnen is gericht zal de aanspraak te snel zijn.
Als de windstroom te veel naar buiten is gericht zal de aanspraak te traag zijn.

Gereedschap

Het voornaamste gereedschap om het metaal te vormen is de intoneerlans. Daarmee kan het bovenlabium naar voren worden getrokken of meer naar binnen worden geduwd. Het tweede gereedschap voor hetzelfde doel is het polijststaal. Ook de kernspleet krijgt zijn plaats en vorm met de intoneerlans en het polijststaal.
De breedte van de kernspleet ligt gemiddeld tussen 0,2 en 0,5 mm en deze kan worden ingesteld door trapeziumvormig karton in de kernspleet te schuiven. Duw met gelijkmatige druk het onderlabium met het polijststaal of de intoneerlans er tegenaan. Zorg voor een ruime keuze in karton van verschillende diktes en afmetingen afhankelijk van de dimensies van de te intoneren pijpen. Met een ronde staaf 4 mm Ø kan de kern vanuit de voet hoger worden gelegd. Richts de staaf links en rechts direct naast de plaats, waar het aan de wand is gesoldeerd.

Goede aanspraak en goede klank:

De pijp is goed als deze de grondtoon bij een normale winddruk laat horen en bij een veel hogere druk naar een hoger octaaf springt.

Traag:
De pijp begint met willekeurige voorlopertonen en laat pas bij een hogere druk de grondtoon horen. Als deze ook met een flinke druk niet een octaaf hoger gaat klinken is de pijp te langzaam.

Snel:
De grondtoon laat zich bij een lage druk bij het aanblazen meteen horen en gaat bij een iets hogere druk meteen een octaaf hoger klinken.

 Deutsch
 English
Prestant

Voetopening vergroten:
De toon wordt luider en scherper, de toon komt snel, kan geforceerd klinken en de toon wordt hoger. De aanspraak is scherp, met ruis en bijgeluiden

Voetopening verkleinen:
De toon komt langzamer, grondtonig met minder boventonen, lieflijker, toonhoogte wordt lager. De aanspraak wordt weker, kan ruisend zijn, minder bijgeluiden

Bovenlabium naar binnen drukken:
Langzamer, scherper, minder boventonen, aanspraak is doffer

Bovenlabium naar voren trekken:
Sneller, grondtoniger, fluitig, aanspraak meer helderheid

Kern hoger leggen:
Langzamer, scherper, meer prestanklank, iets luider, aanspraak doffer

Kern lager leggen:
Sneller, grondtoniger, meer fluitige klank, langzamer, aanspraak agressiever

Kernspleet enger:
Droge en spitse scherpte, minder luid, diffuus, aanspraak sneller maar bij zeer enge kernspleet weer langzamer, meer ruisend

Kernspleet wijder:
Rauwe en agressieve scherpte, luider, meer helderheid, aanspraak soms langzamer maar bij zeer wijde spleet sneller, bijgeluiden

Opsnede verhogen:
Grondtoniger, fluitiger en langzamer
Na correctie van het windblad is de aanspraak agressiever, spucken, minder bijgeluiden

Opsnede verlagen:
Scherper, meer prestantklank en sneller
Na correctie van het windblad is de aanspraak klinkt het spucken doffer, meer bijgeluiden

Voetopening en kernspleet wijder plus kern lager of het bovenlabium naar voren:
Luider, wat rauwere en agressieve scherpte

Voetopening en kernspleet enger plus kern hoger of het bovenlabium naar binnen:
Langzamer, tamelijk droge en spitse scherpte

Gedekte pijpen

Gedekte pijpen reageren anders op wijzigingen van de kernspleet, kernligging en bovenlabium. Hieronder dezelfde reacties als bij open pijpen plus de eigenschappen die de gedekte pijpen er aan toevoegen.

Bovenlabium indrukken:
Quintiger en meer kleurend, aanspraak duidelijk en agressief

Bovenlabium naar voren:
Grondtoniger en minder boventonen, aanspraak korter en iets weker

Kernspleet wijder:
Rauwe en agressieve scherpte, luider, meer helderheid, aanspraak soms langzamer maar bij zeer wijde spleet sneller, bijgeluiden plus ruisende bijgeluiden

Kernspleet enger:
Meer droge en spitse scherpte, minder luid, diffuus, aanspraak sneller maar bij zeer enge kernspleet weer langzamer, een sterker blazende ruisklank

Kern hoger leggen:
Langzamer, scherper, meer prestanklank, iets luider, aanspraak doffer en meer luidheid

Kern lager leggen:
Sneller, grondtoniger, meer fluitige klank, langzamer, aanspraak agressiever en trager

Om de beste instelling van de kern en het bovenlabium te vinden is het goed om de stop te verwijderen en de open pijp aan te blazen. De kern moet zo laag zitten, dat de pijp bij een hoge druk nog net een toon laat horen.



Storingen en verbeteringen

Prestanten

Te zacht:
Voetopening wijder maken, kernspleet op verontreinigingen onderzoeken en zien of deze te eng is of bij een enge voetopening juist te wijd is. Instelling van kern en bovenlabium door blazen uit te proberen. Opsnedehoogte vergelijken met de buurpijpen.

Te luid:
Voetopening enger maken, kernspleet met naastliggende pijpen vergelijken, eventueel enger maken.

Slaat in het octaaf over:
Kern hoger leggen, bovenlabium indrukken

Te langzaam:
Kern lager leggen, bovenlabium naar voren trekken

Rauw en ruisend:
Kernspleet op verontreinigingen onderzoeken, ligging van kern, onderlabium en bovenlabium controleren, kernspleet enger maken, verhouding van voetopening t.o.v. kernspleet met naastliggende pijpen vergelijken en aanpassen. Kernspleet aan de einden enger maken. Opsnedehoogte vergelijken, kernsteken aanbrengen.

Gedekte pijpen

Quinterende, rauwe, of ruisende klank:
Kern lager, bovenlabium naar voren. Kernspleet enger maken, voetopening wijder en kernspleet enger, kernsteken aanbrengen, opsnede verhogen

Ruisende en weke aanspraak:
Kern hoger, bovenlabium indrukken, kernspleet wijder maken,  voetopening enger en kernspleet wijder, kernsteken dichtwrijven, einden van kernspleet sluiten.

start
hauptwerk
intonatie
haupthuis
mini-orgel
tafelpositief
praktijkboek
sample sets
schnitger
bader
holzhey
trostorgel
kiedrich
marcussen
contact
orgels in mijn huis
nagalm
metalen pijp maken
boeken over orgebouw
betellen van boeken
kroniek
prestant
holpijp
tongwerk
constructies
GdO Arbeitskreis Hausorgel
linked sites