Rugwerk
 1. Quintadeen         16’
 2. Praestant             8'
 3. Holpijp                 8'
 4. Quintadeen          8'
 5. Octaaf                4‘
 6. Roerfluit              4‘
 7. Quint            2 2/3'
 8. Octaaf               2‘
 9. Woudfluit            2‘
10. Sifflet           1 1/3‘
11. Sesqvialtera  2-4 st
12. Mixtuur         6-8st
13. Scherp         4-6 st
14. Dulciaan            16'
15. Trompet             8'
16. Kromhoorn          8’

       Tremulant
Transeptorgel Laurenskerk in Rotterdam

De prachtige kas is afkomstig uit de Bartholomeüskerk te Schoonhoven, waar het ooit was gemaakt voor het Hendrik Niehoff-orgel uit 1540. Het werd uitgebreid met een rugwerkkast en daarin bouwde Sybrand Zachariassen van de fa. Marcussen & Son te Aabenraa in 1959 een drieklaviersorgel. Achter het instrument is een nis gemaakt die plaats biedt aan de twaalf grootste pijpen van de Spitsgedekt 16′ van het Pedaal.

Het transeptorgel is een neo-barok orgel. Het heeft negenentwintig registers (plus twee transmissies) verdeeld over Hoofdwerk, Rugwerk, Borstwerk en Pedaal. Het kan worden beschouwd als het beste werk van Sybrand Zachariassen, tevens zijn laatste werk. Gebouwd in een tijd dat men nog zocht naar de historische barokklank. Toen later het klankconcept van de historische orgels beter werd begrepen zijn de meeste neo-barok orgels aangepast door opschuiving en herintonatie van de te enge pijpen of het hele orgel werd vervangen. Ook de  orgels van Marcussen, waar al eerder een beter klankconcept was gevonden, moesten opnieuw worden geïntoneerd, zoals in de Nicolaïkerk in Utrecht en het Sweelinck-orgel van de NCRV.

Het transept orgel is nooit aangepast. Sonus Paradisi heeft de klanken bijzonder goed gesampled, vooral in de dry samples. Toch was ik niet tevreden over de klank, met name de Prestant 8'. Hier is duidelijk de neo-barokke intonatie hoorbaar. Er zit iets cornetachtigs in de klank en dat valt meer op bij de samples dan bij de pijpen in de kerk. Het verschil zit in het volume, dat in de kerk luider mag klinken dan in huis. Met een goede intonatie is dit echter te verbeteren. Wat de orgelbouwers bij de pijpen van de neobarok orgels later anders hebben geïntoneerd, heb ik met de samples gedaan. De Prestantklank heeft nu meer glans gekregen, ten koste van de grondtoon, maar dat is goed te compenseren door de Roerfluit 8' er bij te trekken.

Overigens is dit gebruikelijk bij neo-barok orgels. De Prestantklanken worden aangevuld met fluitklanken.
Ik heb de dry samples gebruikt en voeg nagalm uit een Lexicon MX 300  toe. De intonatie van de dry samples heb ik ook aangebracht bij de diffuse samples, de rear-samples en de tremulant-samples. Als ik de schuif van dry naar diffuse verplaats, klinkt het orgel als een Fernwerk. Draai ik de galm weg, dan blijft alleen de galm van de samples over en dat maakt de klank vager en afstandelijk.

De intonaties in mijn orgel heb ik gefotografeerd en afgedrukt in het boekje:
Rotterdam Laurenskerk Transeptorgel   Intonatie

In de nieuwe uitvoering van het Praktijkboek staat een methode om samples te intoneren, die sneller en effectiever werkt. Binnen één minuut kan met de nieuwe klank worden gespeeld. Deze methode wordt ook in dit boekje gebruikt. Het wordt gratis aan elke geïnteresseerde organist gestuurd. Graag aanvragen met vermelding van het postadres.       
                                                                                       e-mail naar John Boersma
De Sample set is gemaakt door: Sonus Paradisi
De Dry Samples van deze Set geven de pijpklanken het beste weer
.

    Borstwerk
1. Gedekt              8'
2. Praestant          4'
3. Blokfluit             4'
4. Nasard         2 2/3'
5. Octaaf              2'
6. Gedekte fluit      2'
7. Octaaf              1'
8. Tertiaan         2 st
9. Scherp        4-5 st
10. Regaal           16'
11. Kromhoorn       8'
12. Regaal            8'

      Tremulant
Marcussen-Orgel in de Laurenskerk Rotterdam

Het grote orgel in de Laurenskerk van Rotterdam werd in 1973 gebouwd door Marcussen & zoon. De kast van het orgel is een ontwerp van de architect J. W. Besemer. De basis is 32-voet in het pedaal en 16 voet in de manualen, waarbij het orgel is verdeeld over zes werken: Rugwerk, Hoofdwerk, Bovenwerk, Borstwerk, Chamadewerk en Pedaal.

Het orgel is volledig mechanisch met 85 sprekende registers en ca. 7600 pijpen. In Europa is dit orgel het grootste geheel mechanische orgel. Wel is er een Barker mechanisme om de organist te helpen, wanneer hij met gekoppelde manualen speelt. De Barker is met een voetpiston in te schakelen. Toch kan het instrument volledig worden bespeeld zonder gebruik van de Barker.

Een opvallend kenmerk van het orgel is dat de Prestantstemmen meerkorig zijn uitgevoerd. Dat maakt de klank voller en breder (meer zingend), zonder het volume veel te vergroten. Het kooreffect geeft een opvallend rijk timbre, dat nooit met een éénkorig register is te verwezenlijken. Een andere opmerkelijke eigenschap is de samenstelling van de mixturen die ongewoon hoge sterktes en vaak ook kleuring heeft. Een bijzonderheid van de Cimbel van het Bovenwerk is de samenstelling met kwarten en een sexten.

Het orgel is opvallend kleurrijk en laat verrassende klanken horen. Nergens is de intonatie penetrant. De meerkorige registers maken de klanken meer breed dan luid, het zijn prachtige volle stemmen. Zelfs bij de chamade stemmen is deze klankvorming waar te nemen.

Bij het ontwerp van dit orgel was de basis dat de gehele literatuur hier uitvoerbaar moest zijn. Het orgel is ontworpen om alle orgelliteratuur in de passende klankkleur te kunnen presenteren. Naast de muziek uit de Renaissance en de Barok, kan ook de Franse en de Spaanse muziek hier goed kunnen worden vertolkt. Voor de Spaanse muziek werden de chamade-registers in Spaanse kerken onderzocht.

     Bovenwerk
 1. Gedekt             16'
 2. Praestant            8'
 3. Baarpijp              8'
 4. Roerfluit             8'  
 5. Viola di Gamba     8’
 6. Viola di Gamba     8’
 7. Octaaf               4’
 8. Open fluit           4'
 9. Terts           1 3/5'
10. Roerquint     2 2/3'
12. Nachthoorn       2'
13. Terts          1 3/5'
14. Mixtuur       5-7 st
15. Cimbel           3 st
16. Bombarde        16'
17. Trompet           8'
18. Voix Humaine     8'
19. Clairon             4'
     Hoofdwerk
 1. Praestant           16’
 2. Octaaf                8’
 3. Open fluit            8’
 4. Quint             5 1/3’
 5. Octaaf                4’
 6. Spitsfluit             4'
 7. Octaaf                2'
 8. Ruispijp         3-4 st
 9. Mixtuur        8-10 st
10. Scherp         6-8 st
11. Trompet           16'
12. Trompet            8'

13. Cornet           5 st
   Chamadewerk
1. Tromp. magna d. 16'
2. Tromp. brillante   8'
3. Tromp. batalla     8'
4. Clarin fuerte        4'
5. Clarin bas           2'
6. Orlos                 8'
 Pedaal
 1. Praestant            32'
 2. Octaaf                16'
 3. Open Subbas        16'
 4. Gedekte Quint 10 2/3'
 5. Octaaf                  8'
 6. Gemshoorn            8'
 7. Roerquint         5 1/3'
 8. Octaaf                  4'

 9. Koppelfluit             4'
10. Nachthoorn           2'
11. Dwarsfluit             1'
12. Ruispijp             5 st
13. Cornet              3 st
14. Mixtuur            10 st
15. Bazuin                32'
16. Bazuin                16'
17. Fagot                 16'
18. Trompet               8'
19. Trompet               4'
20. Zink                    2'
Sample sets met goede articulatie

De samples op een Hauptwerkorgel zijn bedoeld om met de klanken van het kerkorgel in een huiskamer te spelen. Elke organist kan de sample set kiezen van het kerkorgel dat zijn voorkeur heeft. Echter, dan komt een groot probleem naar voren: het orgel kan in de kerk prachtig klinken, maar de sample maker is er niet in geslaagd de klanken goed in de samples vast te leggen. Een orgel klinkt het beste in kerken die over een goede akoestiek beschikken. Maar in de samples mag de akoestiek de klanken niet overheersen.

De nagalm is een belangrijk deel van de klank, het is ook de reden dat bij een huispijporgel de klanken in de slechte akoestiek niet tot hun recht komen. Echter, wanneer de samples te veel nagalm en te weinig directe klank bevatten, komen de klanken nog minder tot hun recht. In een kerk met veel akoestiek kunnen mensen elkaar niet verstaan wanneer de afstand tussen hen te groot is. Maar de organist die met een fijn subtiel spel een emotie wil overbrengen, wordt door een teveel aan galm ook niet gehoord.

Een microfoon die te ver van de pijp staat kan de klank niet goed in de sample opslaan; in de akoestiek gaan de details verloren omdat ze gemaskeerd worden door de galm van de klanken. De organist in de kerk hoort de directe klanken op korte afstand en de resonanties in de galm komen daar achteraan; dat is de ideale klankbeleving. Een voorbeeld van slechte samples zijn die van het Hinsz-orgel in de Bovenkerk van Kampen, ik ken de klanken en de akoestiek, omdat ik in die kerk de verschillende orgels heb bespeeld. De sample set die MDA van het Hinsz-orgel maakte is evenwel zo ver van de pijpen opgenomen, dat een organist geen moment het gevoel krijgt dat hij in de Bovenkerk speelt.

Een sample die de klank samen plus de akoestiek moet bevatten, is altijd een compromis tussen deze beide klanksoorten. Er zijn sample sets met meerdere opnames op verschillende afstanden van dezelfde pijp. Op het Hauptwerkorgel kan de organist dan zelf de verhouding bepalen.

Dry samples waaraan de galm uit een andere bron wordt toegevoegd is een andere mogelijkheid. Met convolutiegalm is een volkomen gelijkwaardige galm te bereiken, maar de hoge prijs van de verkrijgbare galmapparatuur is een bezwaar. Lexicon levert een galmunit die kwalitatief nauwelijks onderdoet voor convolutiegalm, de prijs blijft onder de 300 Euro. Andere galmsystemen heb ik beproefd, maar die slagen er niet in om een realistische galm, overeenkomend met de werkelijke galm, te produceren. De Lexicon is bij mijn orgel ingebouwd en laat een galm horen, die hetzelfde gedrag vertoont als de akoestiek van een kerk, waarbij uit veel kerken kan worden gekozen. Sample sets van orgels in kerken met weinig galm hebben mijn voorkeur. Vaak zijn dat ook kleine orgels, toch is hier de klankkeuze voldoende en is het een favoriet orgel.

Het Marcussen-orgel als huisorgel

Een sample set als van het grote Marcussen-orgel van de Laurenskerk in Rotterdam is vergeleken met Anloo wel een groot contrast; het hoofdorgel van deze kerk heeft 85 registers en is het grootste orgel van Nederland. De set met de dry samples heb ik gekocht, de pijpen zijn van heel dichtbij opgenomen, soms zelf in de orgelkast. De klanken worden heel gedetailleerd weergegeven, de articulatie is fenomenaal. In de Lexicon kies ik de gewenste nagalm, die bij elke vertolking aan de muziek kan worden aangepast. De galm van een middelgrote kerk in de mate, die past bij de korte, snel gespeelde noten; elke nuance is goed te horen. De nagalm van een kathedraal past bij plenumregistraties met gedragen gespeelde akkoorden.

Wisselende klankkleuren

Deze uitgebreide sample set geeft een enorme keuze in klankkleuren. Het is een muzikaal genoegen om verschillende registers bij elkaar te zoeken om in kleine combinaties te gebruiken. De Lexicon geeft een keuze van nagalm uit verschillende kerkgroottes en is op vele manieren nog weer te beïnvloeden. Galminstellingen die goed klinken zijn in het geheugen vast te leggen en staan met één druk op de knop ter beschikking. Het voldoet beter dan de in de samples opgenomen galm, zij laten het orgel ver weg laat klinken, terwijl de nagalm uit de Lexicon de klanken dicht bij het orgel laat en daar de galm op de achtergrond aan toevoegt. Zo beleeft de organist het ook in de kerk.

Aanpassen van de klanken

Gewoonlijk worden op een Hauptwerkorgel de samples van een kerkorgel geïnstalleerd om deze als een huisorgel te bespelen. Ook het grootste orgel van Nederland is uitstekend op deze wijze te gebruiken, maar de overweldigende klankindruk zoals het in de Laurenskerk maakt, is niet op een enigszins vergelijkbare manier in de huiskamer te realiseren. De grote hoeveelheid registers die bedoeld zijn om deze grote kerk met klanken te vullen, zijn te massaal om dat effect in een kleine ruimte te weeg te brengen. De waarde die de set van het Marcussen-orgel heeft, is een groot palet aan klankkleuren. Met twee tot vier registers per klavier kan het volume bescheiden blijven en is er voor elke compositie de mooiste klankkleur beschikbaar.

De klanken moeten wel op de kleine ruimte van de huiskamer worden aangepast. Ik heb ervaren dat er weinig sample sets zijn die zich zo gemakkelijk laten intoneren. De klanken zijn heel gelijkmatig in de samples vastgelegd en kunnen snel met de totaalschuif bewerkt worden. Correcties voor afwijkende tonen zijn niet vaak nodig. Daardoor zijn bij een lager volume toch dezelfde klankkleuren te horen als in de kerk. Door goede intonatie is een mild karakter zelfs nog beter dan in de kerk te bereiken.

In mijn huispijporgels pastte ik soms verdubbeling van de pijpen toe, het vergde wel meer ruimte maar juist in een huiskamer is het zingende effect nog waardevoller dan in een kerk. Dat in het Marcussen-orgel de basisstemmen allemaal meerkorig zijn uitgevoerd is van grote waarde. In een huiskamer waar nu eenmaal geen akoestiek aanwezig geeft het een verbreding van de klanken, zonder dat het volume noemenswaardig wordt verhoogd. De ronde maar altijd transparant klinkende fluiten doen het voortreffelijk in de huiskamer.

Hauptwerk biedt de mogelijkheden om door intonatie het karakter van de klanken helemaal naar eigen smaak in te stellen. Bij dit orgel is het niet alleen zinvol maar ook noodzakelijk om alle nuances van de klanken aan te passen. Sonus Paradisi heeft hier als maker van deze set goed werk geleverd door de gelijkmatige afwerking van de samples. Met de totaalregelaar is de klank van het hele register in één keer op de gewenste stand te zetten. De mogelijkheid om het per toon te corrigeren heb ik niet vaak hoeven te gebruiken.

Intonatie

Bij het Transeptorgel van de Laurenskerk zijn de klanken op verschillende plaatsen opgenomen en in samples vastgelegd. Deze samples moeten thuis allemaal naar dezelfde klank worden geïntoneerd; een veel tijd vergend maar absoluut noodzakelijk karwei. Ik gebruik de dry samples. Op het Mixen and Noises-scherm heb ik de directe positie maximaal ingesteld en de diffuse positie minimaal. Daarna heb ik met de muis op de registerknop gekozen voor de adjust voicing for rank.

Het scherm toont dan eerst de intonatie voor de diffuse samples. Op het menu ga ik naar beneden en kies het intonatiescherm voor de front direct samples. In deze klanken is de articulatie en elk detail van de klank goed hoorbaar vastgelegd en ze worden nergens gemaskeerd door galm.

De klanken van het orgel worden in de dry samples optimaal weergegeven.
De verkregen intonaties van alle dry samples moeten allemaal nauwkeurig gelijk ook op de gelijktijdig opgenomen diffuse, rear en tremulant samples worden aangebracht plus het linker en rechterdeel van het Borstwerk.

Voor dit omvangrijke werk heb ik een economische oplossing bedacht. Alle intonaties heb ik gefotografeerd en afgedrukt. Met deze afdrukken kan ik snel bij alle samples dezelfde intonatie aanbrengen. Eventueel kunnen later nog aanpassingen per sample worden uitgevoerd, maar uitgaan van de intonatie van de dry samples is een uitstekende basis.

Klanken veranderen en worden milder

Toen het orgel in 1973 voor het eerst werd bespeeld was niet elke organist meteen enthousiast. De basisstemmen zouden te strak zijn en niet warm klinken, de hogere voetmaten waren te ijl.
De fluitklanken noemde men te nuchter, de strijkende stemmen te droog. Deze meningen werden niet unaniem gedeeld. Een organist als Klaas Jan Mulder gaf hier vaak een concert en liet horen hoe prachtig de klanken in zijn registraties waren.

De tegenwoordige orgelbouwers zijn beter in staat om het orgelmetaal van de pijpen zo te bewerken dat ze de klanken in resonantie brengen. De trilling is voelbaar als de pijpwand wordt aangeraakt. Hetzelfde gebeurt door het verouderen; het metaal verandert en geeft de toon meer glans. Het grote orgel klinkt vandaag anders dan bij de oplevering 43 jaar geleden. Door de veranderde verhoudingen zijn de klanken warmer geworden en kregen een zingend karakter. Bij dit orgel zijn alle Prestantstemmen meerkorig, twee of drie pijpen op dezelfde toonhoogte maken de klanken niet veel luider maar wel breder; solostemmen zijn koorstemmen geworden. Nu de pijpen meer dan veertig jaar oud zijn en elke pijp op zijn eigen manier anders is gaan klinken, is de strakheid verdwenen en overgegaan in sonore klanken.

    Deutsch

     English
Hoofdwerk      Rugwerk           Borstwerk               Pedaal

Prestant 8’           Holpijp 8’              Gedekt 8’               Spitsgedekt 16’
Roerfluit 8’           Prestant 4’            Quintadena 4’         Prestant 8’     transmissie
Octaaf 4’             Roerfluit 4’            Koppelfluit 4’          Spitsgedekt 8’ transmissie
Spitsfluit 4’          Woudfluit 2’           Prestant 2’            Octaaf 4’
Octaaf 2’             Quint 1 1/3’           Blokfluit 2’             Mixtuur 6 st.

Mixtuur 5-7st       Sexquialter 2 st      Sifflet 1’                Fagot 16’

Cymbel 3 st         Scherp 4 st            Cymbel 2 st
          Schalmei 4'
Trompet 8’           Dulciaan 8’            Regaal 16’ chamade                        
start
hauptwerk
haupthuis
mini-orgel
tafelpositief
praktijkboek
sample sets
intonatie
bader
holzhey
schnitger
kiedrich
marcussen
contact
luidsprekers
orgels in mijn huis
nagalm
metalen pijp maken
boeken over orgebouw
betellen van boeken
kroniek
prestant
holpijp
tongwerk
constructies
GdO Arbeitskreis Hausorgel
linked sites