Studiemateriaal

De eerste pijpen die ik maakte waren houten pijpen van het register Holpijp. In elk boek over orgelbouw is wel een tekening van deze pijp te vinden, maar dat is niet voldoende om de pijp te kunnen maken en naar de gewenste klank te intoneren. Boeken over orgelbouw zijn niet geschreven voor amateurs die thuis een orgel willen maken. Slechts één boek richtte zich wel tot deze groep, Heimorgelbau van Karl Bormann. Voor de goede klank moest de windstroom schuin op het bovenlabium worden gericht. De hoek was heel kritisch en werd met een mal bepaald. De werkwijze vergde veel ervaring en slechts een enkeling slaagde er in goede klanken te bereiken.

Ik heb twee jaar geëxperimenteerd om een betere methode te vinden. Het schuine vlakje werd bij mijn een recht vlak, dat de windstroom recht omhoog stuurde. Door dit vlakje in geringe mate van de kern af te halen verschoof ik de windstroom parallel naar binnen. Samen met een U-vormig papierdeel tussen de kern en de voorslag stond het windlint nauwkeurig recht onder het bovenlabium en werd de optimale klank bereikt. De methode was uitermate bedrijfzeker en voor iedereen goed navolgbaar. Na publicatie in Nederlandse, Duitse en Engelse orgelbladen is het de algemeen gebruikelijke methode geworden. Later heb ik die methode nog verbeterd, zoals op de pagina Holpijp staat beschreven.

De tweede methode bleek aan te sluiten op de methodes die rond 1600 gebruikelijk waren en in grote mate verschillen van huidige constructies. Van Joachim Richborn in Duitsland en Christianus Smith in Engeland zijn deze pijpconstructies bij restauraties gevonden. De kernen van de pijpen zijn extreem lang met een matig schuin verloop.

Voor de klank van een Holpijp is hout heel geschikt en het register is in elk orgel aanwezig. Het mooiste register van een orgel is echter de Prestant en die is niet van hout te maken. Waar ik een houten Prestant van een amateurbouwer aantrof miste ik toch de typerende eigenschappen van de Prestantklank. Bij het ontwerpen van een elektronisch orgel had ik me veel moeite gegeven de typerende formantklank van dit register te leren kennen en zo authentiek mogelijk weer te geven. De houten prestanten misten de formantklank, mijn elektronische orgel kon ze nog beter weergeven.

Silberne Kapelle in Innsbruck

In Innsbruck leerde ik het orgel van de Silberne Kapelle kennen, een orgel dat 450 jaar geleden in Italië was gebouwd. Alle pijpen waren houten prestantpijpen, gedekte pijpen kwamen hier niet in voor. De constructievorm van deze pijpen week sterk af van de gebruikelijke vormen van houten pijpen. De klank is uniek, slechts één orgel in Montepulciano (Toscane) is vergelijkbaar, maar de klank is daar minder interessant. Het was de moeite waard om de klanken in Innsbruck zorgvuldig te onderzoeken. De aanspraak is heel karakteristiek en de boventoonrijke klank is vergelijkbaar met de klankvorming zoals Gottfried Silbermann die toepaste. Het voornaamste verschil met Montepulciano bleek niet het orgel, maar de bijzondere akoestiek van de Silberne Kapelle te zijn. Met metalen pijpen zijn aanmerkelijk mooiere Prestantklanken te maken, die toch het Italiaanse klankidioom hebben. Het Italiaanse Positief in Rhede (bij Bellingwolde net over de grens in Duitsland) is daar een goed voorbeeld van.
 
De door mij gevonden methode heb ik zorgvuldig beschreven maar er zijn niet veel orgelbouwers, die de klank ook kunnen bereiken. Het gaat niet alleen om de handvaardigheid maar ook moet de klank als een blauwdruk in het gehoor liggen, zodat bij het intoneren deze klank kan worden nagestreefd.
Op deze basis van mijn klankonderzoek in Innsbruck construeerde Kristian Wegscheider in Dresden een Violon 8’ als pedaalregister voor het orgel in Dresden- Loswitsch, dat verder is gebaseerd op de klanken van de orgels van Gottfried Silbermann en ook op de klanken van de orgels van Zacharias Hildebrandt.  
Vakopleiding Orgelbouwer

In de TV studio’s waren de werkomstandigheden zodanig, dat ik op een betrekkelijk jonge leeftijd op gunstige voorwaarden kon vertrekken om me nu helemaal als vakorgelbouwer te gaan bekwamen. Alle facetten van het vak orgelontwerper en orgelbouwer heb ik tot in de finesses geleerd en me aan verschillende examens onderworpen. Het maken van metalen pijpen en vooral het fijnzinnig intoneren bleek een boeiend vak te zijn. Hoewel het solderen van pijpen het oudste ambacht is, dat minstens 1000 jaar ongewijzigd wordt uitgeoefend, ontdekte ik toch nieuwe mogelijkheden. Meestal waren die al eerder ontdekt, maar weer in onbruik geraakt. Niet terecht, zo als ik heb ervaren.

In het ontwerpen van mensuren ontdekte ik een wetmatigheid waarmee alle mensuurverhoudingen met elkaar in verband staan. Op deze wijze kunnen pijpen worden berekend waar van te voren vast staat, dat het klankkarakter van elke pijp in het register gelijkblijvend is en homogeen van pijp tot pijp verloopt. Ook is vooraf zeker dat de klanken van elk register van één orgel volkomen met elkaar zullen versmelten. Het is nu niet meer zinvol om bestaande mensuurlijstjes over te nemen, want voor elk orgel is de gewenste klank direct in mensuren te berekenen. De methode staat beschreven in mijn boek Bouw van een Orgelpositief en deze methode is al eens in een proefschrift verdedigd.
Door van een orgel de klanken te beluisteren, kan ik de mensuurlijst van de registers van dat orgel opstellen. Daar ik zelf over een absoluut gehoor beschik kan ik dit met grote zekerheid doen. De lessen die ik gaf over het intoneren hebben bewezen, dat iedereen het kan leren, ook wanneer iemand niet over een absoluut gehoor beschikt.

Tientallen jaren ben ik op veel manieren met pijporgelbouw bezig geweest. Als lid van de ArbeitsKreis Hausorgel (AKH) werkte ik veel samen met Duitse orgelbouwers, zowel amateurs als vakmensen. Kennisoverdracht is voor mij een belangrijke taak geworden, ten slotte heb ik het vak ook alleen maar kunnen leren door de vriendelijke medewerking van vakorgelbouwers in veel landen. Naast lesgeven is ook het schrijven van tien boeken over de bouw van orgels een belangrijke taak geworden. Tekenvaardigheid met AutoCAD maakte het mogelijk om de ingewikkele constructies in perspectieftekeningen weer te geven. Korte teksten in drie talen zorgden er voor dat het in alle landen van de wereld werd begrepen.
Over het maken van pijpen maakte ik een instructiefilm waarbij elke handeling zeer close werd gefilmd. De instructies zijn in het Nederlands, maar ik maakte drie versies met ondertiteling voor andere talen. Hiervan zijn meer dan 400 kopiën verkocht en is het de enige film, die de werkwijze van het oudste ambacht in beeld brengt.

De GdO (Gesellschaft der Orgelfreunde) gaf mij de erkenning Orgelbaumeister en publiceerde dat in het blad Ars Organi.

Huisorgel en Akoestiek

De klank van muziekinstrumenten komt pas tot zijn recht als de klanken de ruimte in resonantie kunnen brengen. Pijporgels zijn gemaakt voor grote ruimtes met een goede akoestiek. Openlucht-orgels zoals in Kufstein zijn kilometers ver in de omtrek te horen, maar er is geen resonantie en daardoor ontbreekt de klankschoonheid. Dat geldt ook voor huispijporgels, hoe fraai de pijpen ook zijn geïntoneerd, ze brengen de omgeving niet in resonantie. Er klinken slechts droge tonen. Voor kleine orgels is dit geen groot bezwaar, het zijn vaak intieme klanken. Maar de bruisende klank van een groot orgel kan niet zonder akoestiek.

Een van mijn huisorgels heb ik verkocht en deze is door de nieuwe eigenaar weer opgebouwd in een kerk. Ik heb het orgel daar zelf gestemd en met verbazing geluisterd naar de klankrijkdom die nu pas in deze grote ruimte kon opbloeien. Een orgelklank heeft glans en schittering, maar die is pas te horen als een ruimte met een goede akoestiek de gelegenheid schept om deze eigenschappen te laten ontwikkelen.

Hele lage tonen zijn niet mogelijk omdat hun golflengte te lang is voor een kamer. Daarentegen is het bij hoge tonen van mixturen en cimbels niet de golflengte, die ze ongeschikt maakt voor een kleine ruimte. Het menselijk gehoor is erg gevoelig is voor dit toongebied en ervaart hoge tonen als te schril. In het gunstigste geval is twee voet de grens, echt mooi klinkt het niet maar het is aanvaardbaar. Maar in een grote ruimte met goede akoestiek worden de hoge registers ruisende tonen en krijgen de klanken heel andere dimensies.

Radiostudio met galmruimte

Bij de radiostudio's hebben de technici de beschikking over speciale galmstudio's, grote lege ruimtes onder de studio. Wanneer er behoefte is aan meer nagalm sturen zij het geluid van de studio naar de galmruimte. Het gereflecteerde geluid, aangevuld met de galm, komt via microfoons terug in de studio. Door de toegevoegde akoestiek resoneren de klanken nu vrij in de grote ruimte en dat maakt het beluisteren aangenamer.

Af en toe maakte ik een geluidsopname van mijn pijporgel thuis en liet deze via de studio naar de galmruimte sturen. Toen ik de met galm uitgebreide opname beluisterde, klonk deze alsof er een kerk aan mijn huiskamer was aangebouwd. Ik heb het altijd betreurd dat er geen praktische mogelijkheid bestond om permanent over deze galmruimte te kunnen beschikken. Tegenwoordig is dat wel mogelijk met de Lexicon MX 300.

Hauptwerkorgel

Digitale orgels beschikken wel over een goede akoestiek, maar de klanken doen kunstmatig aan. Dat bezwaar is er niet bij een Hauptwerkorgel omdat hier echte pijpklanken worden gebruikt, samen met de echte akoestiek van de kerkruimte. Het Hauptwerkorgel thuis bespelen klinkt alsof een kerkruimte aan de kamer is toegevoegd. Een goed gebouwd Hauptwerkorgel waarvan de samples goed zijn geïntoneerd op de huiselijke omgeving, is de mooiste manier om thuis een orgel te bespelen.
Voor mijn huispijporgel is de studeerkamer te klein en dit orgel wordt nauwelijks nog gebruikt; meestal alleen als bezoekers het verschil met mijn Hauptwerkorgel zelf willen horen.

die Seite auf Deutsch
v
Kleurentelevisie en Orgelbouw

Mijn experimenten richtten zich uitsluitend op pijporgelklanken. Zo heb ik in de loop der jaren verschillende elektronische orgels ontworpen en gebouwd. Na een Foto- en Filmopleiding te hebben gevolgd, solliciteerde ik bij de NTS en werkte ik daar als cameraman, later als lichtontwerper. De vele uitzendingen uit kerken gaven me een gemakkelijke toegang tot de orgels ervan en zo kon ik steeds de thuis geproduceerde klanken vergelijken met de klank van het echte pijporgel.

Bij Philips in Eindhoven was de kleurentelevisie technisch zo ver ontwikkeld dat men voor de praktische toepassing samenwerking zocht met de studio’s in Hilversum. Regelmatig ging ik naar het Philips Natuurkundig Laboratorium in Waalre. Met Ir. Tan werkte ik voor Philips in Zwitserland en maakte ik kennis met Ir. Nico Franssen van het Audiolab. Zijn taak was het om een elektronisch orgel te ontwikkelen dat dezelfde klanken produceerde als een pijporgel. Omdat het een wetenschappelijk onderzoek betrof, speelden de kosten geen rol. Elk facet van de pijpklank werd onderzocht om er een elektronische vervanger voor te maken. Het is Ir. Franssen gelukt om een orgel te bouwen met klanken die weinig afweken van pijporgelklanken. Het orgel kostte echter heel wat meer dan een pijporgel. Een korte tijd heeft Philips een eenvoudig elektronisch orgel geleverd met de naam Philicorda. Maar de ontwikkeling van het elektronische kerkorgel werd beëindigd.

the page in English
Pijporgelbouw

Ir. Nico Franssen bouwde thuis een huispijporgel en overtuigde mij ervan dat de elektronische klanken nooit de schoonheid van echte pijporgelklanken kon bereiken. Het was voor mij een aansporing om de volgende stap te zetten; het bouwen van een orgel met echte pijpen. Jarenlang had ik bij elke kerkuitzending die we voor de TV maakten de kans benut om met het orgel kennis te maken en in de kasten gekeken om de constructies te bestuderen. Het was een goede basis om aan een serieuze studie te beginnen en pijporgels echt te leren kennen door ze te gaan bouwen. Ik ontdekte een van de opvallendste eigenschappen van goede ontwerpers van elektronische orgels. Om een elektronisch equivalent van een pijpklank te kunnen maken is het noodzakelijk om elke eigenschap van pijpen grondig te onderzoeken. Nu kon ik deze kennis toepassen door pijpen te maken, die precies de verfijnde klank gaven waar ik naar streefde.

Om het vak orgelbouw goed te leren kennen, bezocht ik vrijwel elke orgelmaker in Nederland en zij waren bereid mij vertrouwd te maken met de verschillende constructies waaruit een orgel is opgebouwd. Soms leende ik delen van een orgel om het in mijn eigen werkplaats na te bouwen. Het bleef niet tot Nederland beperkt, ook met diverse orgelbouwers in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland maakte ik kennis en zij leerden mij alles over hun specialismen. Op die manier bouwde ik een brede kennis op van de verschillende orgelbouwstijlen.

Kroniek van een Orgelbouwer

Na de middelbare school besloot ik elektronica te gaan studeren. Een van aantrekkelijkste toepassingen vond ik het bouwen van een elektronisch orgel. Na de eerste experimenten met een eenvoudig orgeltje met buizen, zakte de prijs van de transistor zo ver, dat ik ze bij duizenden tegelijk kon kopen. Het was in een tijd waarin nog geen elektronische orgels te koop waren en iedereen op zijn eigen manier bezig was om uit te vinden, hoe je op elektronische wijze klanken kon opwekken die op de klanken van pijpen leken. Het was het begin van jarenlang experimenteren, de enige manier om kennis op te doen.

De studie tot elektronicus werd onderbroken door een opleiding tot militair vlieger, waarin de vele lessen over aerodynamica mij later goed van pas kwamen bij het bestuderen van het windgedrag in pijpen. Na de vliegeropleiding heb ik de studie elektronica afgemaakt (HTS Elektronicus) en zette ik in mijn vrije tijd de experimenten met elektronische orgels door.

start
hauptwerk
haupthuis
mini
tafelpositief
praktijkboek
samplesets
intonatie
schnitger
bader
holzhey
trostorgel
kiedrich
marcussen
contact
luidsprekers
orgels in mijn huis
nagalm
metalen pijp maken
boeken over orgebouw
betellen van boeken
kroniek van een orgelbouwer
prestant
holpijp
tongwerk
constructies
GdO Arbeitskreis Hausorgel
linkedsites