pagina holpijp
ventiel via wel
Schijnbaar wordt een orgel bespeeld door het indrukken van de toetsen, maar de werkelijke bespeling gebeurt door het openen van de ventielen in de windlade. Dan stroomt de wind in de pijp en begint deze met het opbouwen van een toon. Het is dus van belang dat de toetsbeweging ongehinderd op het ventiel wordt overgebracht. Een tussenliggende mechaniek mag niet voelbaar aanwezig zijn. Aan deze voorwaarde voldoet een wellenbord; het is een ongecompliceerd functionerende verbinding tussen toets en ventiel. Zo kan de organist het precieze moment van de toon bepalen.

De constructie is eenvoudig: wellen die in krammen draaien. Op het eerste gezicht doet het primitief aan, maar het wordt al honderden jaren zo toegepast. Ik heb het in 200 jaar oude Zwitserse huisorgels aangetroffen en het werkte daar nog voortreffelijk. Ook in de Hollandse kabinetorgels was het een gebruikelijke wijze van bouwen. Zelf heb ik het 25 jaar geleden in een orgel toegepast dat sindsdien intensief is gebruikt. Kort geleden heb ik de constructie onderzocht en ik kon geen sporen van slijtage vinden. Het blijkt dus een betrouwbare constructie te zijn die weinig plaats inneemt en gemakkelijk is te bouwen

De wellen zijn gemaakt van 3 mm Ø lasdraad. Aan beide zijden zijn deze haaks gebogen over een lengte van 35 mm; de einden worden vlak geslagen. De wellen draaien in krammen met een viltlaag om de wel. De benen van de kram moeten zorgvuldig U-vormig zijn gebogen. De hangende tractuur via dit wellenbord biedt de bespeler een genuanceerde en fijngevoelige aanslag.

Berühre die Zeichnung mit der Maus
Touch the drawing with the mouse


Scheinbar wird eine Orgel mit den Tasten gespielt, aber tatsächlich geschieht das Spielen wegen des Öffnens eines Ventils in der Windlade. Dann strömt der Wind in der Pfeife und fängt diese an seinen Ton auf zu bauen. Also ist er wichtig, dass die Tastenbewegung ungehindert auf das Ventil wird übertragen. Eine sich dazwischen befindenden Mechanik darf nicht spürbar sein. An dieser Bedingung entspricht  ein Wellenbrett; sie ist eine unkompliziert funktionierende Verbindung zwischen Taste und Ventil. So kann der Organist das genaue Moment  für den Ton bestimmen.

 Die Konstruktion ist einfach: Wellen drehend in Klammern. Anscheinend sieht es primitiv aus, aber sie hat sich schon Jahrhunderte bewährt. Die Konstruktion habe ich in 200 Jahre alten Schweizer Hausorgeln angetroffen und sie funktionierte da noch immer vorzüglich. Auch in den Holländische Kabinett-Orgeln war es eine übliche Bauweise. Ich habe es selber 25 Jahre her in einer Orgel angewandt und diese vor kurzem untersucht. Spuren von Verschleiß konnte nicht nachweisen. Also eine zuverlässige Konstruktion die wenig Platz braucht und leicht ist an zu fertigen.

Die Wellen werden aus Schweißdraht 3 mm Ø hergestellt. Sie werden an den beiden Seiten 35 mm lang abgewinkelt: die Enden werden Flach geklopft. Die Wellen drehen sich in einem mit Klammern hergestellten Filzlager. Die Beine der Klammer sollten genau U-förmig gebogen werden.
Die hängende Traktur mit diesem Wellenbrett bietet der Spieler ein sehr nuancierter und empfindlicher Anschlag.