Intoneren van samples in Hauptwerk 5  

Hauptwerk is bedacht als een programma voor de computer door mensen die technisch denken en vrijwel geen inzicht hebben in orgels. Dat blijkt uit bovenstaande tekst over het maken en intoneren van sample sets. De sets die door Milan Digital Audio zelf zijn geproduceerd, zijn op deze inferieure wijze opgenomen. De microfoons stonden zover van de pijpen, dat er meer galm dan pijpklanken in de samples wordt opgeslagen. Het Hinsz-orgel van de Bovenkerk in Kampen is daar een duidelijk voorbeeld van. De klanken ken ik goed omdat ik het orgel vaak in Kampen heb bespeeld, maar in de sample set zijn de klanken niet te horen. In honderden kerken heb ik het orgel bespeeld en ook heb ik een ruime ervaring met het intoneren van pijpen. Ik weet wat ik mag verwachten en dat is niet in deze samples aanwezig. Sets als van de Bovenkerk in Kampen wijs ik met klem af. Als een Hauptwerkorgel gelijkwaardig aan een pijporgel moet klinken, kan dat nooit met opnamen die zover van de pijpen zijn gemaakt. De microfoons moeten dicht bij de pijpen staan om de kenmerkende eigenschappen op te nemen. Klanken moeten resoneren in de akoestiek van de kerk, maar de ontwerper van Hauptwerk geeft de voorkeur aan een enorme akoestiek, waarin de klanken verloren gaan.
Er zijn elektronische orgels die met al hun nadelen dichter bij het pijporgel staan dan een Hauptwerkorgel met een sample set in deze stijl. Deze stelling heb ik bewezen door een elektronisch orgel van Eminent op één klavier zijn eigen klanken te laten horen en op het andere klavier klonk de sample set van een Nederlandse samplemaker. De vage klanken van deze set waren hoorbaar slechter dan de elektronische klanken. Een uitnodiging aan de sample maker om dit te horen, heeft hij niet aangenomen.

Gelukkig worden er perfecte sample sets gemaakt - zie de beste sample sets - waar de klanken van het orgel prachtig zijn opgenomen. De samples moeten nog wel worden aangepast aan de weergave in een huiskamer. Dan is het een gelijkwaardige reproductie van het kerkorgel. Van orgels die in een museum worden bewaard zijn sample sets gemaakt om de historische klanken vast te leggen. Deze zijn mij ter controle toegestuurd en ik heb kunnen vaststellen dat de samples identiek zijn met de klanken. Dat verwacht ik van elke sample set.

Dynamiek

De klanken die in de samples zijn opgeslagen zijn opnamen van een pijporgel zoals deze in een kerk hebben geklonken. Het zijn luide klanken die passen bij de grote ruimte en door de akoestiek daarvan een magistraal effect geven. De organist kan ook een register kiezen met zachte klanken, maar ook die zijn overal in de kerk hoorbaar te horen. Een grote ruimte met een goede akoestiek heeft als voornaamste eigenschap, dat het in staat is deze verschillen te overbruggen. Het wordt de dynamiek van de ruimte genoemd.

Gehoorcurven
De sample set is gemaakt voor een Hauptwerkorgel die een organist thuis in een kleine ruimte, dus een beperkte dynamiek, kan bespelen. De luide klanken moeten tot een aanvaardbare sterkte worden verlaagd, maar eenvoudigweg de volumeregelaar terugdraaien is niet de juiste manier. Door de eigenschappen van het menselijk gehoor werkt het verlagen sterker op hoge tonen dan op het middengebied en voor de lage bastonen volgt het verloop weer een andere curve. Zie de Fletcher - Munson gehoorcurven.

Luidsprekers
Het intoneren van de samples zorgt er voor dat de klankverhoudingen bij een lager volume weer overeenkomen met de verhoudingen van de luide klanken in de kerk. De luidsprekers vormen daarbij een belangrijke factor. Luidsprekers moeten van een goede kwaliteit zijn, maar zeer kostbare luidsprekers doen het niet beter dan luidsprekers van een goede middenklasse. Wanneer luidsprekers worden vervangen, moeten de samples opnieuw worden geïntoneerd. 

Klanken van Hauptwerk
Het intoneren van de samples wordt uitvoerig in Klanken van Hauptwerk beschreven en geïllustreerd met een groot aantal foto's. Het mag niet worden vergeleken met het intoneren van pijpen. Bij het intoneren van samples gaat het om klanken die al perfect in de kerk hebben geklonken en nu een aanpassing nodig hebben om ze in de huiselijk omgeving net zo te laten klinken. Als het orgel in de kerk wordt opgenomen voor een CD zorgt de klankregisseur op dezelfde wijze voor het weergeven van de juiste verhoudingen.

Intoneren zoals het in de User Guide van Hauptwerk 5 wordt uitgelegd

Het intoneren van pijporgels
Wanneer een pijporgel wordt geïnstalleerd, is het noodzakelijk om gedetailleerde aanpassingen aan de toon van elke pijp te maken, een proces dat intonatie wordt genoemd. Dit komt vooral omdat de akoestiek van de ruimte waarin het orgel staat anders zal reageren op verschillende frequenties, afhankelijk van de plaats van de pijp en de positie van de luisteraar. Bijvoorbeeld, als een pijp met een toonhoogte van 440 Hertz staat op een plaats waar die toonhoogte extra sterk wordt gereflecteerd door de omgeving (dat wordt een knoop noemd), dan klinkt die pijp luider dan de pijpen ernaast. Hetzelfde geldt voor een van de boventonen van die pijp (harmonischen), zodat het karakter van de toon merkbaar anders klinkt. De intonateur moet de klank aanpassen om deze afwijkingen te verkleinen, zodat de pijp niet meer afwijkt van de pijpen ernaast. De intonateur heeft ook een belangrijke artistieke rol om de klanken van de pijpen aan te passen aan de bedoelde klankschoonheid van het register.

Intoneren in Hauptwerk
De meeste huiskamers hebben een dode akoestiek, die het geluid slechts minimaal kleurt (koptelefoons hebben de meest dode akoestiek). Bij het beluisteren van een sample op het orgel in de huiskamer die op grote afstand van de pijpen is opgenomen (WET) en dus met de originele akoestiek van de ruimte, is vaak geen aanpassing aan de klanken van de sample set nodig om het instrument net zo te horen als het in zijn oorspronkelijke omgeving klinkt. Echter, als Hauptwerk wordt gebruikt in een galmende ruimte, of als DRY samples worden gebruikt, dan kunnen de klanken sterk worden verbeterd door ze te intoneren, net als bij het echte pijporgel.
Hauptwerk 5 heeft uitgebreide faciliteiten om per pijp te intoneren en eigenschappen van de klank verfijnd aan de bedoelde klank aan te passen. De eigenschappen van opgenomen tremulanten kunnen ook worden aangepast.

Sample Sets

De meest betrouwbare sample sets worden gemaakt door Jiri Zurek van Sonus Paradisi. Bij barokorgels gaat mijn voorkeur in de eerste plaats uit naar de nieuwe sample set van het orgel van de Martinikerk in Groningen als de meest volmaakte set die er ooit is gemaakt. Vervolgens van het Schnitger-orgel in Zwolle, het Bader-orgel in Zutphen en het Coci-Klapmeyer orgel in Altenbruch. Het Serassi-orgel van Piacenza heeft registers met klanken in een bijzondere stijl. Het is een waardevol orgel om naast de barok-orgels te bespelen. Orgels in de stijl van Cavaillé Coll zijn St. Omer en Caen en zeer zeker ook het Canadese Casavant als bijzonder geslaagde sample sets aan te bevelen.
Prospectum
maakt ook perfecte sets o.a  van het Holzhey-Orgel in Weissenau

In de kerk speelt een organist op korte afstand van de pijpen en de articulatie, dus het begin van de toon, en vervolgens de opbouw naar de volle klank is goed te horen. Van een sample set verwacht ik hetzelfde: klanken die op korte afstand zijn te horen en geen klanken die ver weg klinken en galmend in de akoestiek naar mij toekomen. Wanneer de sample maker zijn microfoons te ver van de pijpen heeft geplaatst, is er geen direct contact met het orgel. Het orgel klinkt op afstand en goed musiceren is niet mogelijk. Het begin van de toon is de articulatie en die moet onmiddellijk hoorbaar zijn. Van blad spelen lukt nog wel, maar componeren en improviseren vraagt een direct contact met het orgel.

In de kerk hoort de organist de klanken op korte afstand en de nagalm klinkt er in de akoestiek achteraan. Dat geeft ruimte aan de klank mits er niet te veel nagalm is. De melodielijnen mogen niet door elkaar lopen. De organist heeft met de muziek iets te vertellen en net als bij het gesproken woord moet het verstaanbaar blijven. De sample sets van Helmut Maier (Organ Art Media) worden  opgenomen met microfoons in een kunsthoofd, een techniek van 60 jaar geleden. Met zijn methode wordt een enorme akoestiek in de samples opgeslagen, ten koste van de klankschoonheid van het orgel. Sample Sets van Helmut Maier heb ik om deze reden niet meer in Hauptwerk 5 geïnstalleerd. De sample sets van Piotr Grabowski zijn om dezelfde reden niet bruikbaar. Beide sample makers heb ik mijn argumenten laten weten, maar ze achten hun producten boven alle kritiek verheven en zijn niet bereid daarover te discussiëren.

Dit zijn de bruikbare intonaties voor DRY samples

Nr 2 All perspectives: overall: amplitude (dB).
Nr 4 All perspectives: overall: overall: brightness (dB).


Nr 5 All perspectives: overall: tremulant mod: pitch (pct).

Nr 6 All perspectives: overall: tremulant mod: amplitude (pct).

Nr 40 Output persp 1 (front 1/main): lo/hi EQ: transition freq (kHz; retrigger).
Nr 42 Output persp 1 (front 1/main): lo/hi EQ: high freq boost (dB; retrigger).


Nr 44 Output persp 1 (front 1/main): release tail truncation length (msec, 0=no truncation; retrigger).
Intoneren in de huiskamer

Articulatie
Het karakter van een klank is voornamelijk afhankelijk van de manier waarop een pijp aanspreekt. Het is de articulatie waarmee een organist de klanken gebruikt voor zijn muzikale expressie. Het begin van een toon wordt gekenmerkt door een karakteristiek accent. De accenten verschillen naar de aard van het register, een Prestant begint anders dan een Holpijp of een Viola. Een tongwerk heeft weer een andere manier om de toon te laten ontstaan. Wanneer de microfoons niet op korte afstand van de pijpen hebben gestaan zal de articulatie zwak in de samples zijn vastgelegd. Door het intoneren kan dat meer worden geaccentueerd.

Dynamiek verschillen
Wanneer het volume voor luide klanken sterk is verlaagd zal een register met zachte klanken niet meer hoorbaar zijn. Daarom moeten de verschillen tussen luide en zachte registers minder groot worden gemaakt. De dynamiek van de kerk wordt aangepast aan de dynamiek van de huiskamer.

Werkwijze
Voor het intoneren wordt een gestructueerde werkwijze gevolgd met logisch op elkaar aansluitende handelingen. Ze worden in het Handboek Hauptwerk beschreven en geïllustreerd met een groot aantal foto's. De handelingen die het karakter van de klanken accentueren zijn niet afhankelijk van de luidsprekers en kunnen ongewijzigd worden overgenomen.

Volumeverschillen
Het volumeverloop dat ik op mijn orgel heb geëgaliseerd is echter afhankelijk van de luidsprekers en in mindere mate van de omgeving. Daar zal een organist op zijn oren moeten vertrouwen om het volume bij elke toets aan te passen. In de praktijk blijkt dat deze aanpassingen zonder veel moeite zijn uit te voeren.
In Hauptwerk 5 verschilt de wijze van intoneren niet veel van Hauptwerk 4. Omdat er meer kanalen zijn, elk met een eigen intonatie, is de lijst langer. In de praktijk blijkt dat overbodig en worden deze opties niet gebruikt. Wel kunnen registers worden gekoppeld en op deze wijze samen worden geïntoneerd, dat spaart veel handelingen uit.                   Hauptwerk Boeken

  Deutsch       English
start
hauptwerk
martini
nagalm
intonatie
set orgels
schnitger
bader
klapmeyer
casavant
holzhey
serassi
hinsz
ibach
boekenhw
orgels in mijn huis
contact
tafelpositief
boeken over orgebouw
betellen van boeken
metalen pijp maken
prestant
holpijp
min-orgel
linked sites