Karakter van de toon uit een pijp

In vele honderden kerken van Europa heb ik het orgel bespeeld. Elk orgel heeft een geheel eigen karakter, dat mede wordt bepaald door de akoestiek van de kerk. De eerste bespelingen is een kennismaking met het orgel; de organist leert het typerende karakter van het orgel kennen. Bladmuziek neem ik nooit mee, met improviseren kan een organist het karakter beter ontdekken. Gewoonlijk is de speeltafel dicht bij de pijpen geplaatst zodat de organist een onmiddellijk contact met de pijpklanken heeft. Genuanceerd spelen vereist dat het maken van de klank samenvalt met het horen ervan. Aan dezelfde voorwaarde moet ook de klank in de sample voldoen, een directe klank die niet door de galm van de kerk wordt vervaagd.

Wanneer een organist bij de speeltafel in de kerk een toets indrukt, begint de toon met een korte boventoon en bouwt dan snel op naar de volle toon. De stroming van de wind laat de toon fluctueren en geeft de toon levendigheid.

Het zijn muzikale verschijnselen die het specifieke karakter van de toon bepalen. Vooral het aanspreken van de toon is belangrijk; het laat de articulatie horen waarmee de de organist zijn muzikale verhaal tot uitdrukking brengt. Het karakter is op korte afstand van het orgel het beste te horen; op grotere afstand wordt het verdoezeld door de galm van de kerk. Een microfoon op korte afstand kan dit karakter in een sample vastleggen. Helaas wordt de microfoon vaak op een te grotere afstand geplaatst waar de galm zich beter manifesteert.

De sample maker moet de plaats kiezen waar een goede balans is tussen directe klank en galm. Het beste gaat dat met een microfoon op korte afstand om de pijpklank vast te leggen, een sample met weinig of geen galm heet een Dry sample. Een tweede microfoon die wat verder van de pijpen van het orgel is geplaatst kan de galm in een tweede sample op te slaan. Dat heet een Wet sample. In het Hauptwerkorgel kan de organist dan zelf de balans daartussen bepalen.

In plaats van een tweede sample kan ook de nagalm uit een Lexicon MX300 worden gekozen. De kwaliteit is volkomen gelijk aan de galm uit de kerk. Het belangrijke verschil is de enorme keuze aan galmruimtes van kleine kerken tot grote kathedralen met vrij te kiezen akoestische eigenschappen.

Klankvoorbeelden

Soms wordt er van een orgel op Youtube een klankvoorstelling gepresenteerd, waar de registers stuk voor stuk zijn te horen.

Een uitermate goed bruikbare klankvoorstelling is te vinden van het Arp Schnitger-orgel in Norden. Prestanten, fluiten en tongwerken worden hier in korte composities voorgesteld.
Opties om te kunnen intoneren

Met de muis op de registerknop en de rechter muistoets ingedrukt is de intonatie ervan te bereiken. Per toets zijn er 15 opties om de klank aan te passen, maar
voor de intonatie zijn er vier belangrijk. In volgorde van gebruik:

13. transition frequency
– bepaalt effect van de boost
15. high boost equalizer – accentueert de articulatie
03. brightness – regelt de helderheid van de klank
01. amplitude – instelbaar op een egaal verloop van de volumes
Pijpen zijn aan de ruimte aangepast

Een pijporgel wordt altijd gebouwd voor een bepaalde ruimte, meestal een kerk. De intonatie van de pijpen vindt plaats in deze ruimte, zodat akoestiek en pijpklank met elkaar in evenwicht worden gebracht. Tonen die door akoestiek teveel versterking krijgen worden verzwakt en als de ruimte bepaalde tonen dempen, geeft de intonateur deze meer helderheid en een groter volume. Daarmee is orgel en akoestiek een eenheid. Verplaatst de orgelbouwer het orgel naar een andere kerk, dan gaat hij het opnieuw intoneren.

Proportioneel verminderen

Een verhuizing naar een andere kerk brengt grote consequentie met zich mee. Als dat een veel kleinere ruimte is, moet de intonatie drastisch worden aangepast. De klanken die in de sample set zijn opgeslagen geven de klanken weer zoals ze in de kerk klonken. Om ze in de huiskamer te kunnen gebruiken is het niet voldoende om het totale volume in één keer te verkleinen. Het moet proportioneel vermindeen. Luide klanken zoals tongwerken moeten veel meer worden verzwakt dan de zachte intieme klanken van een Viola. De sample bevat de klank zoals deze in de kerk heeft geklonken. Door intonatie wordt de klank aan de huiskamer aangepast.

Samples intoneren is een noodzaak

De meeste bespelers van een Hauptwerk orgel hebben een te groot vertrouwen in de sample maker en denken dat deze de klanken al met elkaar in evenwicht heeft gebracht. Dat is een onmogelijke taak voor de sample bewerker die de nieuwe omgeving van de klanken niet kent. Elke ruimte heeft een eigen invloed op de klank, parketvloer of tapijt, gordijnen of luxaflex zijn grote vlakken. Ze beïnvloeden zowel de reflectie als de absorptie van de klanken. De organist moet de samples zelf intoneren zodat een toon uit de luidspreker overeenkomt met een toon uit de pijp.

Maak nooit gebruik van correcties met een ARC-systeem

Soms maakt iemand voor een Hauptwerkorgel gebruik van een Advanced Room Correction om de afwijkingen van de kamer te compenseren. De kamer wordt gemeten door een van laag naar hoog gaande toon te produceren en de weergave met een microfoon op te nemen. Door akoestische afwijkingen van de kamer worden niet alle tonen gelijkmatig weergegeven. De gemeten afwijking wordt tegengesteld naar de versterker gestuurd om zo een compensatie te bereiken.

Proportioneel verkleinen

De mensen die een ARC-systeem aanbevelen zien het als een gemakkelijke methode om de samples automatisch te intoneren. Maar een ARC heeft niets met intoneren te maken. Intoneren is nodig om het karakter van de toon hoorbaar te maken. Zelfs in goed opgenomen samples is het karakter van de pijptoon te zwak vastgelegd. Dat komt door het grote verschil tussen het volume in de kerk en de weergave ervan in huis. Het karakter is hoorbaar in de aanspraak van de pijp. Het is de articulatie, het belangrijkste deel van de klank.

Met het intoneren wordt de articulatie naar voren gehaald en dat kan uitsluitend met de Transient en Booster Equalizers. Foto's hiervan heb ik in mijn boeken opgenomen. Het zijn correcties van de samples en kunnen ongewijzigd op elk Hauptwerkorgel worden overgenomen. De huiselijke omgeving is hier niet van invloed. Waar reflecties of dempingen van de omgeving de klanken wel beïnvloeden kan dat wordt aangepast met de Brightness en de Amplitude regelschuiven.

Aan het beter weergeven van de articulatie en of de helderheid van de klanken verandert een ARC-systeem helemaal niets, het kan slechts het verloop van de Amplitudes vlakker maken. Een pijporgel heeft echter geen vlakke karakteristiek, dat is juist de charme van de pijpklanken. Het zijn allemaal aparte muziekinstrumenten die samenklinken als in een koor, waar ook niet 30 keer dezelfde stem is te horen. De klanken moeten wel harmoniëren, maar individuele verschillen blijven hoorbaar. Het creatieve oordeel van een mens is hier bepalend, een automaat kan dat niet.

Door de samples te intoneren wordt de grote dynamiek van de kerk proportioneel verkleind naar de dynamische verschillen die een huiskamer kan verdragen.

Absoluut gehoor geen vereiste

Het intoneren van pijpen heb ik aan beginnende orgelbouwers onderwezen. Dat moet altijd in de praktijk, een schriftelijke lesmethode bestaat niet. Voor het intoneren van de samples zijn de omstandigheden anders en ik heb ervaren dat mijn schriftelijke uitleg goed wordt begrepen en met succes is uit te voeren. Mocht het resultaat tegenvallen dan heeft Hauptwerk een reset mogelijkheid om naar de oorspronkelijke klank van de samples terug te keren.

Zelf heb ik een absoluut gehoor en maak daar gebruik van door de dynamische verschillen, die er in de huiskamer mogelijk zijn optimaal te benutten, zodat de indruk die orgelklank in de kerk maakte precies zo in mijn huiskamer klinkt. Van mijn intonaties maak ik foto’s en stel deze gratis beschikbaar. Daarbij vraag ik altijd uitdrukkelijk mij van de resultaten op de hoogte te houden en uit de reacties blijkt dat zelfs met het ongewijzigd overnemen van mijn intonaties, al een flinke verbetering van het klankkarakter wordt bereikt. Dat komt door de instellingen van de Transient en Booster equalizers, die de afwijkingen van de samples corrigeren en niet afhankelijk zijn van de weergave ruimte. Die zijn met de Brightness en Amplitude schuiven aan te passen.

De methode om het intoneren te leren is in de praktijk beproefd met organisten zonder absoluut gehoor, maar die de klankverandering wel kunnen beoordelen. Wel een gevoel hebben welke klanken hen inspireren tot spelen. Door goed naar het veranderen van de klank te luisteren leert de organist zelf vast te stellen waar de mooiste klank wordt bereikt. Voor mooie klank is geen objectieve norm, het blijft afhankelijk van het persoonlijke gevoel van de musicus. Het is zijn eigen norm voor zijn eigen orgel. Zoals de interpretatie van een orgelwerk ook persoonlijk is en niet hoeft overeen te komen met wat een componist heeft bedacht.

De mooiste manier van orgelspelen is de vrije expressie, de fantasie die niet is voorbedacht en pas ontstaat op het moment van spelen. Bij elke orgelles speelde ik voor mijn leraar een orgelfantasie, waar ik de eerste toets willekeurig koos en met de tweede en derde toets eventueel vierde een thema ontstond, dat ik in variaties doorwerkte. Dat ging gevoelsmatig, mijn aandacht kon ik richten op de tonen van de linkerhand. Het is nog mijn manier om een nieuw orgel te leren kennen. Voelen waartoe het orgel zelf inspireert.

Hauptwerk Praktijkboeken in het Nederlands, Duits, Engels en Chinees

Mijn Hauptwerk Praktijkboek wordt door de reacties regelmatig vernieuwd en ik vertaal het meteen in het Duits en in het Engels. Onlangs is het boek vertaald in het Chinees en ontvang ik e-mails uit China. Het is verheugend dat ook zij begrijpen hoe ze de samples kunnen intoneren. Zij schrijven mij dat zij hun klankidealen met het Hauptwerkorgel kunnen vormgeven.

Intoneren van de samples                                 

Een orgel is een luidklinkend muziekinstrument, gemaakt voor een grote ruimte waar deze luide klanken passen bij de grote ruimte. Deze grote luidsterkte moet worden teruggebracht naar een luidheid die in een woon- of studeerkamer acceptabel is.

Het is een natuurkundige wet dat een vermindering van het volume een veel groter effect heeft op de hogere tonen dan op de lagere. Ons gehoor heeft geen lineair verloop, toonhoogte en luidsterkte zijn bepalende factoren. Het volumeverschil heeft meer effect op de boventonen van een klank dan op de grondtoon.

Een niet aangepaste sample mist het sprankelende geluid dat in de kerk zo transparant klinkt. Een kleinere ruimte laat ook minder dynamiek toe. Het verschil tussen luide en zwakke registers moet kleiner worden. De luidsterkte van een Trompet moet meer worden verzwakt dan van een Holpijp.

De Prestant is het voornaamste register en zijn klank is de norm in een Hauptwerkorgel. De klank van andere registers wordt ingesteld in relatie tot de Prestant.

Intoneren

1. Nr. 13 De Transition frequency Equalizer (Transient) staat bij de verschillende sample set leveranciers wel op een vaste hoogte, maar niet elke sample set maker kiest dan dezelfde waarde. De waarde kan variëren tussen 0,3 en 2,0. Het veranderen van deze waarde heeft niet direct een hoorbaar effect, het bepaalt hoe effectief de klanken met de Boost regelschuiven kunnen veranderen.

2. Nr. 15 Met de High frequency Boost Equalizer kan dan het karakter van de pijptoon in de sample worden verbeterd. In de kerk klinkt de toon luidt in een ruimte met grote dynamiek. Door het lagere volume in een huiskamer waar de dynamische omstandigheden veel kleiner zijn komt het karakter niet tot zijn recht. Dat is met de Boost weer te corrigeren.

Hoe dat gaat leg ik het Hauptwerk Praktijkboek uit en geef voorbeelden van de correcties met foto’s van de regelschuiven in mijn eigen orgel. Daar het correcties van de samples zijn kunnen ze ongewijzigd worden overgenomen.

3. Nr. 3 regelt de Brightness, de helderheid van de klank

4. Nr. 1 regelt de Amplitude, de luidsterkte van de klank. De Brightness- en Amplitude instellingen hangen af van de luidsprekers en de akoestische omstandigheden van de kamer. De invloed op de klank is minder dan met de Boost Equalizer werd ingesteld, maar afwijkingen veroorzaakt door luidsprekers en omgeving  zijn hier goed te compenseren. Door goed naar het veranderen van de klanken kan een organist leren hoe het op zijn orgel het beste klinkt.

Duizenden pijpen heb ik geïntoneerd en hiermee veel ervaring opgedaan. Met lessen aan beginnende orgelbouwers heb ik deze ervaring overgebracht. Bij pijpen kan niet eindeloos worden geïntoneerd en geherintoneerd, maar dat kan met samples wel. Als het helemaal tegenvalt brengt een druk op reset alles weer terug naar de stand, zoals de sample-bewerker het heeft afgeleverd.

Intoneren is veel werk, maar absoluut noodzakelijk. Vaak heb ik organisten ontvangen die ergens Hauptwerk hadden gehoord en het afwezen door de tegenvallende klanken. Bij mij hoorden ze hoe het wel goed kan klinken en kon ik ze overtuigen, mits ze maar bereid waren om de samples te intoneren. Mijn pijporgel er naast gaf een vergelijking.

In het Hauptwerk Praktijkboek wordt het intoneren uitvoerig uitgelegd en met praktijkvoorbeelden getoond.
   Deutsch
   English
start
hauptwerk
haupthuis
min-orgel
tafelpositief
praktijkboek
set orgels
intonatie
schnitger
bader
holzhey
trostorgel
kiedrich
marcussen
contact
luidsprekers
orgels in mijn huis
nagalm
metalen pijp maken
boeken over orgebouw
betellen van boeken
kroniek
prestant
holpijp
tongwerk
constructies
GdO Arbeitskreis Hausorgel
linked sites