subheader
Holpijp

                                           Boventoonopbouw

Een holpijp heeft relatief weinig boventonen, maar toch is een muzikaal karakter het beste gediend met een klank waarin een zekere hoeveelheid boventonen zijn te horen. Bij een gedekte pijp zijn dat oneven boventonen en daarvan moeten de derde en de vijfde – de quint en de terts – duidelijk hoorbaar zijn. Bij een te wijd gekozen mensuur is de boventoonvorming te zwak en zal het register wel een ronde fluitklank laten horen, maar mist het de karakteristieke eigenschappen van een mooie holpijpklank. Ik heb ooit veel tijd besteed aan het vinden van de beste mensuur voor een Prestant. Bij dit register manifesteren de klankverschillen zich duidelijker. Bij een holpijp zijn die verschillen minder duidelijk te herkennen, maar het is hier net zo belangrijk om de juiste mensuur te kiezen. Zeker in een klein orgel waar de Holpijp het voornaamste of soms het enige register is.

Het beoordelen of een pijp te wijd of te eng is gaat het beste als er voor iedere toonhoogte meerdere pijpen in verschillende diameters beschikbaar zijn. Zo heb ik vier complete holpijpregisters van verschillende mensuren op een intoneerlade verzameld. In de eerste plaats vond ik het belangrijk dat het register over het hele bereik goed in balans is met zichzelf, dus dat er evenwicht is tussen de bas- en de discantpijpen en ook de middenstemmen goed hoorbaar blijven. Indien ik meende dat de klank van een te onderzoeken pijp niet optimaal was, kon ik dat onmiddellijk testen door een pijp van dezelfde toonhoogte uit een andere rij te kiezen.

Het karakter van een klank is zoals Gottfried Silbermann het uitdrukte gebaseerd op drie eigenschappen: “Gravität, Brillance und Poesie”. Te vertalen als Kracht, Helderheid en Poëzie. De Kracht van een toon is te vinden in de sterkte van de grondtoon en in zekere mate de eerste boventoon, de Helderheid hangt af van het hele scala aan boventonen. Wat Poëzie uitdrukt is een begrip dat zich moeilijker laat omschrijven. Het duidt op eigenschappen die een pijpklank in geringe mate laat afwijken van andere pijpen, maar er tevens een zekere charme aan verlenen. Hoewel de pijpen van één register allemaal op dezelfde manier worden gemaakt, zijn er vaak kleine afwijkingen per pijp te horen die een goed intonateur niet weg zal retoucheren, maar probeert in de klank van het register in te passen. Vergelijk het met een koor waar de stemmen met elkaar moeten harmoniëren maar hun individuele eigenschappen mogen behouden.

De muzikale eigenschappen zijn bij prestanten te vinden in de formant, de groep boventonen die door een bepaalde resonans sterker worden weergegeven en niet zoals de andere boventonen een aan hun rangorde gekoppelde afnemende sterkte laten horen. Door een goede mensuurkeuze en de wijze van intoneren kan deze formant in hoge mate het karakter van een klank en daarmee zijn muzikale aantrekkelijkheid bepalen. Het zijn eigenschappen die horen bij het idioom van een klank.

Bij holpijpen komt geen formant voor. De sterkte van de boventonen is gering en hun aantal beperkt. Het is moeilijker om de invloed van de boventonen op de klank waar te nemen, wat een reden kan zijn voor het accepteren van een grote spreiding in holpijpmensuren. Toch is het belangrijk hier kritisch te zijn omdat kleine verschillen de muzikale functionaliteit van de klank beïnvloeden. Het is niet voldoende een toon op zich te horen, maar de orgelbouwer moet streven naar een verfijnde toon, verfijnd in de afweging van grondtoon en boventonen. Slechts dan zal ook een holpijptoon aan het derde aspect, het klankidioom, voldoen. Het is heel belangrijk de hoogte van de opsnede niet te hoog te kiezen, het liefste met een lage opsnede beginnen en deze pas bij de intonatie op de gewenste klank te brengen. Teveel grondtoon of te weinig quint-tertsklank maakt de toon glansloos. Een getraind intonateur zal kunnen vaststellen dat de marge in mensuurlijnen beperkt is. Belangrijk is ook hoe de toon aanspreekt, de boventonen moeten eerst hoorbaar zijn, zonder dat het als een spuckeffect klinkt. De aanspreektoon moet van het toucher afhankelijk zijn. Een sensibele tractuur maakt dat mogelijk.

Natuurlijk heeft niet iedereen de beschikking over meerdere rijen pijpen van hetzelfde register, maar er is een andere methode. Maak eerst de pijpen rond c1 en ga het register vervolgens van daaruit naar de bas en naar de discant uitbreiden. Voor het indrukken van iedere toets moet men zich eerst voorstellen welke klank wordt verwacht. Indien de klank een tendens krijgt om van deze klankvoorstelling af te wijken, kan de mensuur van de volgende pijp iets wijder of iets enger worden gekozen om vast te stellen of dat beter met de verwachte klank overeenkomt. Op deze manier heb ik de beste mensuurlijn van verschillende registers vastgesteld.
                                                      
                                           druk op pijpmaken om de opbouw ervan zien --->

Intonatie

De intonatie van de holpijp bestaat uit het goed richten van het windlint op het bovenlabium, zoals dat voor elke pijp geldt. Het bovenlabium van een houten pijp bevindt zich aan de binnenkant van de voorwand van de pijp (Afb.1). Het kan voor een open pijp – een prestant – gunstig zijn het windlint een beetje naar buiten gericht naar het bovenlabium te sturen. Bij een gedekte pijp moet het windlint het liefst symmetrisch het bovenlabium treffen, een windstroom recht van onderen dus. In een gedekte pijp treedt een tegenkracht op die het windlint naar buiten wil duwen, daarom wordt wel aangeraden dit te compenseren door de windstroom meer naar binnen te richten. Naar mijn ervaring is het beter om het windlint met iets meer kracht recht naar boven te richten. Door de kernkant langer te maken word dit effect verkregen. De mooiste toon ontstaat als de stromingsenergie van het windlint volledig wordt omgezet in klankenergie. Iedere afwijking is hoorbaar als ruis, daarom moet de lange kernkant spiegelglad zijn. Oneffenheden als houtsplintertjes of een te scherpe rand hinderen de windstroom. Als twee metalen pijpen gelijkvormig worden gebouwd, zullen ze dezelfde klank laten horen. Bij houten pijpen is het veel moeilijker om twee pijpen tot dezelfde klank te intoneren; onverwachte wervelingen zorgen soms voor klankverschillen. Een pijp die ondanks alle voorzorgen om een zuivere toon te krijgen toch ruis liet horen, heb ik voorzien van een dwars geplaatst plankje dat aan de voorkant bij de voorslag slechts een smalle strook vrijliet (Afb.2). Het resultaat was verrassend, alle ruis was verdwenen en een volle toon liet zich horen.

Het effect werd in een laboratorium voor luchttechniek onderzocht en daar werd vastgesteld dat de wervelingen in de richting van de kern waren geminiseerd. De volgende stap was het verbinden van dit plankje met de kernkant, in feite dus een flinke verlenging van de kernkant (Afb.3). Het gaf zonder meer bij iedere pijp een goed resultaat, mits de lange kernkant volkomen glad werd gemaakt en volkomen evenwijdig was met het windlint. De windstroom meer naar binnen richten deed het resultaat teniet. Door het hout te lakken met celluloselak en dit te polijsten werd een zeer glad oppervlak verkregen. De lengte van de kernkant moet iets meer zijn dan de opsnedehoogte.

In het boek Heimorgelbau stelt Bormann voor om de voorwand van de pijp in twee delen te maken, waarbij het bovenlabium verschuifbaar is t.o.v. de pijpwand. Dit moet ten sterkste worden ontraden; de voorwand van de pijp moet één doorlopende gladde wand zijn. Iedere onderbreking is een bron van ruis. Een verschuifbaar labium maken heeft ook geen enkele zin, zolang het nog te verschuiven is, is het niet winddicht en ontstaat er geen zuivere toon. Vandaar de dringende raad: maak een pijpvoorwand als één ononderbroken vlak, het komt de zozeer gewenste zuiverheid van de toon ten goede.

De mensuur die optimale resultaten voor de Holpijp gaf is te vinden in bijgaande lijst.

                                                                              

                                                                          druk op mensuur ------->

mensuurdiagram
intonatie 1
intonatie 2
intonatie 3
maken van houten hijp
naar mensuurlijst