Constructies van Orgelonderdelen
Balgconstructie - Konstruktion eines Balges
Solderen - Löten - Solder
Conische pijp - Konische Pfeife - Conical pipe
Kistorgel - Truhenorgel - Chest organ
Wellenbord

Door het indrukken van een toets opent een ventiel in de windlade. De wind stroomt in de pijp en deze begint met het opbouwen van een toon. Het precieze moment bepaalt de organist door legato, non-legato, staccato of met welke nuance hij dan ook zijn spel wil laten klinken. Dat kan slechts gebeuren als het ventiel direct en adequaat reageert op de toetsbeweging. Een eerste vereiste is een ongecompliceerde en zonder vertraging functionerende verbinding tussen toets en ventiel. Een directe tractuur is hier ideaal. De trekdraad gaat dan onmiddellijk van toets naar ventiel en deze opent op de manier die de organist wenst. In de praktijk is deze constructie slechts mogelijk wanneer de breedte van de windlade overeenkomt met de breedte van het klavier. Elke toets bevindt zich dan recht onder het bijbehorende ventiel.

Gewoonlijk bestaat er echter een verschil in breedte. Vooral de baspijpen nemen veel ruimte in en de tekening toont het verschil. De breedte over de cancellen gemeten is 893 mm, echter bedraagt de breedte over de toetsen gemeten 750 mm. De van oudsher gebruikelijke manier om dit voor een kerkorgel te overbruggen is een wellenbord, hoewel het een tamelijk gecompliceerde constructie is. Bij een huisorgel is de hoogte ervan een nadeel, omdat de windlade dan hoger boven het klavier komt te liggen. Een hoger liggende windlade beperkt de hoogte van de pijpen. Daarom moet de hoogte van het wellenbord zo gering mogelijk zijn. Het wellenbord van een kerkorgel is niet het geschikte voorbeeld om een wellenbord voor een huisorgel te maken. Er bestaat een eenvoudige constructie die altijd in kabinetorgels werd toegepast.

 auf Deutsch
start
hauptwerk
haupthuis
mini-orgel
tafelpositief
praktijkboek
sample sets
intonatie
schnitger
bader
holzhey
kiedrich
marcussen
luidsprekers
orgels in mijn huis
nagalm
metalen pijp maken
boeken over orgebouw
betellen van boeken
contact
kroniek
prestant
holpijp
tongwerk
constructies
GdO Arbeitskreis Hausorgel
linked sites
Bouw van een klein Huisorgel

Door het klavier niet symmetrisch onder de windlade te plaatsen werd de meest gunstige verdeling van de wellen verkregen en kan de constructie wel symmetrisch in de orgelkast worden geplaatst.
Een beschrijving van het hele orgel is te vinden in het boek:
           

    Bouw van een klein Huisorgel


Er worden twee orgels beschreven, een met houten en metalen pijpen en een met uitsluitend houten pijpen.

In beide gevallen is gestreefd naar een Huisorgel met zeer beperkte afmetingen.
Schuif achter lessenaar heeft een zwelfunctie
Schieber hinter Notenpult hat eine Schwellfunktion
  
Slider behind music stand has a swell function
zwelfunctie
Eenvoudige constructie

De constructie is eenvoudiger en minder hoog te bouwen, wanneer de wellen in krammen draaien. Op het eerste gezicht doet het primitief aan, maar het is een beproefde constructie die eeuwenlang werd toegepast. Ik heb het in 200 jaar oude Zwitserse huisorgels aangetroffen en het werkte nog voortreffelijk. Ook in de Hollandse kabinetorgels was het een gebruikelijke wijze van bouwen. Zelf heb ik het 30 jaar geleden in een orgel toegepast dat sindsdien intensief is gebruikt. Kort geleden heb ik de constructie nagekeken en kon geen sporen van slijtage vinden. Het is dus een betrouwbare constructie die weinig plaats inneemt en gemakkelijk is te bouwen

De wellen zijn gemaakt van 3 mm Ø lasdraad. Aan beide zijden zijn deze haaks gebogen over een lengte van 35 mm; de einden worden vlak geslagen. Boor in de vlakken gaten van 2 mm Ø die en rond deze af. De wellen draaien met een viltlaag in krammen waarvan de benen zorgvuldig U-vormig zijn gebogen. De juiste plaats voor de krammen moet worden voorgeboord. Voor de verbinding met de toetsen dient 1,6 mm Ø messing draad. Voor de fijne afstelling zijn Laukhuff Gewindeklemmen 1 101 06 te gebruiken. De montage is gemakkelijker als daartussen een schroefklem (Laukhuff 1 101 20) is aangebracht.

Op die manier is een wellenbord met een hoogte van 102 mm gebouwd. De hangende tractuur via dit wellenbord biedt een genuanceerde en fijngevoelige aanslag. De organist kan de toonvorming in de pijpen precies bepalen. Als de pijpen perfect zijn geïntoneerd kan de bespeler de speelaard beïnvloeden en op die manier voorlopertonen (Spuck) meer of minder hoorbaar maken. De wellen zijn alleen aan de baskant van het klavier nodig, de toetsen van de discant gaan rechtstreeks naar de ventielen. De normafstand is van toets tot toets 13,75 mm.

Het wellenbord is op een multiplex plaat van 12 mm dikte aan de windlade gemonteerd. De tekeningen tonen de verschillende wellenlengtes. De afstand tussen de trekdraden naar boven hangt af van de verdeling der cancellen. De trekdraden naar beneden gaan naar het klavier en de tussenafstanden komen overeen de toetsverdeling.